Vocabulario
459 palabras · página 11 de 19
de spijtB2
pesar, lástima
Ik heb spijt van die opmerking.
de spinazieA1
espinaca
Spinazie zit vol ijzer.
de spitsB1
hora punta
Reis liever buiten de spits.
puntiagudo
Het dak van de kerk loopt spits toe.
het spitsuurB1
hora punta
Vermijd het spitsuur als het kan.
de spoedA2
urgencia
Bij spoed belt u dit nummer.
spoedeisende hulpB2
urgencias
Hij is naar de spoedeisende hulp gebracht.
het spoedgevalB1
caso de urgencia
Bij een spoedgeval belt u 112.
de spoedhulpB2
atención de urgencia
Bij spoedhulp telt elke minuut.
de sponsoringB2
patrocinio
De club leeft van sponsoring.
de sponsorloopB2
carrera patrocinada
De school hield een sponsorloop.
de spontaniteitB2
espontaneidad
Zijn spontaniteit maakt hem geliefd.
het spoorB1
vía, andén; huella
De trein naar Utrecht vertrekt van spoor vijf.
de spoorlijnB1
línea ferroviaria
De spoorlijn wordt volgend jaar vernieuwd.
de sportA1
deporte
Welke sport doe jij?
het sportabonnementB1
abono deportivo
Mijn sportabonnement loopt per maand.
de sportartsB2
médico deportivo
De sportarts bepaalt wanneer hij weer mag spelen.
het sportevenementB1
evento deportivo
Het sportevenement trekt duizenden bezoekers.
sportiefB1
deportista
Hij is heel sportief.
de sportkantineB1
cantina del club
Na de wedstrijd zitten we in de sportkantine.
de sportmassageB2
masaje deportivo
Na de wedstrijd volgt een sportmassage.
de sportprestatieB1
rendimiento deportivo
Zijn sportprestaties zijn indrukwekkend.
de sportschoolB1
gimnasio
Ik ga drie keer per week naar de sportschool.
de sportuitrustingB1
equipamiento deportivo
Neem je eigen sportuitrusting mee.
het sportveldB1
campo deportivo
Achter de school ligt een sportveld.
de sportverenigingB2
club deportivo
Bijna elk dorp heeft een sportvereniging.

