Vocabulario
216 palabras · página 5 de 9
het reisverslagB1
crónica de viaje
Ze schreef een reisverslag voor de krant.
de reisverzekeringA2
seguro de viaje
Sluit een reisverzekering af voor je vakantie.
reizenA1
reisde · hebben/zijn gereisd
viajar
Ik reis elke dag met de trein.
rekenenA2
rekende · hebben gerekend
calcular
Ik moet even rekenen hoeveel het kost.
de rekeningA2
factura; cuenta
De rekening komt volgende week.
het rekeningnummerA2
número de cuenta
Geef je rekeningnummer door.
het rekeningoverzichtB1
extracto de cuenta
Op het rekeningoverzicht zie je alles terug.
het rekwisietB2
atrezo
Elk rekwisiet ligt op zijn vaste plek.
de relatieA1
relación
Hun relatie is de laatste jaren verbeterd.
relatiefB2
relativamente
De huur is hier relatief laag voor de grote stad.
relativerenB2
relativeerde · hebben gerelativeerd
relativizar
Je moet die cijfers wel relativeren.
de religieB2
religión
Religie speelt in dit debat een rol.
religieusB2
religioso
In Nederland zijn veel religieuze feestdagen ook vrije dagen.
de remediëringB2
refuerzo educativo
Na de toets volgt remediëring van de fouten.
remmenB1
remde · hebben geremd
frenar
Bij regen moet je eerder remmen.
de remmen
frenos (plural de rem)
De remmen van mijn fiets doen het niet meer.
het rendementB2
rentabilidad
Het rendement viel tegen.
rennenA1
rende · hebben/zijn gerend
correr
De kinderen rennen door de tuin.
de renteA2
interés
De rente op de spaarrekening is laag.
het rentetariefB1
tipo de interés
Het rentetarief van deze lening is hoog.
de reorganisatieB2
reestructuración
Door de reorganisatie verdwijnen er banen.
reorganiserenB2
reorganiseerde · hebben gereorganiseerd
reorganizar
De afdeling wordt volgend jaar gereorganiseerd.
de reparatieA2
reparación
De reparatie wordt door de verhuurder betaald.
reparerenA2
repareerde · hebben gerepareerd
reparar, arreglar
Kun jij mijn fiets morgen voor me repareren?
de reportageB2
reportaje
De reportage duurde twintig minuten.
het reptielB2
reptil
Een hagedis is een reptiel.

