Vocabulario
264 palabras · página 6 de 11
de plichtB2
deber
Stemmen is een recht, geen plicht.
de ploegB1
equipo; turno
Onze ploeg won vorige week de finale.
de ploegendienstA2
trabajo por turnos
Hij werkt in ploegendienst.
de plotselingA2
de repente
Plotseling begon het te regenen.
de podcastB2
pódcast
Ik luister onderweg naar een podcast.
poetsenA1
poetste · hebben gepoetst
cepillar, limpiar
Poets je tanden twee keer per dag.
de pogingB1
intento
Hij haalde het examen bij de tweede poging.
de polarisatieB2
polarización
De polarisatie in het debat neemt toe.
de polderB2
pólder
De polder ligt onder zeeniveau.
het poldergebiedB1
zona de pólder
Dit poldergebied ligt onder zeeniveau.
de polikliniekB2
consultas externas
De controle is op de polikliniek.
de polisvoorwaardeB2
condición de la póliza
Volgens de polisvoorwaarden is dit niet gedekt.
de politicusB1
político
Elke politicus belooft voor de verkiezingen veel.
de politieA1
policía
Na het ongeluk belde ik meteen de politie.
politiekA1
política
In de politiek gaat het vaak om compromissen.
de polsA1
muñeca
Ik heb mijn pols verstuikt.
pulso
De verpleegkundige voelt eerst je pols.
het poolgebiedB2
región polar
Het ijs in de poolgebieden smelt sneller.
de PoolsterB2
estrella polar
Vroeger navigeerden zeelui op de Poolster.
de poortB1
portón, puerta
Fietsen kun je achter de poort in de tuin zetten.
het pootgoedB2
patata de siembra
Het pootgoed voor aardappelen wordt apart bewaard.
het poppodiumB2
sala de música moderna
Het poppodium programmeert vooral jonge bands.
populairB1
popular
Fietsen is in Nederland erg populair.
de portemonneeA1
cartera
Mijn portemonnee zit in mijn tas.
de portieA2
ración
Dat is een grote portie.
het portiekB2
portal
In het portiek staan de fietsen.

