Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

122 palabras · página 4 de 5

  • niemandA1

    nadie

    Er is niemand thuis.

  • de nierA1

    riñón

    Hij heeft problemen met zijn nieren.

  • nietA1

    no

    Ik begrijp het niet.

  • de nietmachineB2

    grapadora

    De nietmachine is leeg.

  • nietsA1

    nada

    Ik heb niets gezegd.

  • het nietteminB2

    no obstante

    Het was koud; niettemin gingen we op pad.

  • nieuwA1

    nuevo

    Ik heb een nieuwe telefoon.

  • het nieuwsA1

    noticias

    Ik volg het nieuws elke ochtend.

  • het nieuwsagentschapB2

    agencia de noticias

    Het bericht komt van een internationaal nieuwsagentschap.

  • de nieuwsbriefB2

    boletín

    De nieuwsbrief verschijnt elke maandag.

  • de nieuwsbronB2

    fuente informativa

    Controleer altijd je nieuwsbron.

  • het nieuwsfeitB2

    hecho noticioso

    Scheid het nieuwsfeit van de interpretatie.

  • de nieuwsgaringB2

    recopilación de noticias

    Zorgvuldige nieuwsgaring kost tijd.

  • nieuwsgierigA2

    curioso

    Ik ben nieuwsgierig naar het resultaat.

  • de nieuwsgierigheidB2

    curiosidad

    Uit nieuwsgierigheid las hij het hele rapport.

  • het nieuwsoverzichtB2

    resumen informativo

    Elk uur volgt een kort nieuwsoverzicht.

  • de nieuwsredactieB2

    redacción de noticias

    De nieuwsredactie werkt dag en nacht door.

  • de nieuwswaardeB2

    valor noticioso

    Dit bericht heeft weinig nieuwswaarde.

  • niksA2

    nada (coloquial)

    Ik heb vandaag nog niks gegeten.

  • het niveauA2

    nivel

    Op welk niveau zit je nu?

  • nodigA1

    necesario

    Ik heb je hulp nodig.

  • noemenA2

    noemde · hebben genoemd

    llamar, nombrar

    Hoe noem je dit ding in het Nederlands?

  • nogA1

    todavía

    Ik ben nog niet klaar.

  • nogalB1

    bastante (coloquial)

    Het was nogal druk in de stad vandaag.

  • nogmaalsA1

    una vez más

    Nogmaals bedankt voor je hulp.