Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

198 palabras · página 8 de 8

  • de loopbaanB1

    carrera

    Hij denkt na over een andere loopbaan.

  • het loopbaanadviesB1

    asesoramiento profesional

    Ik heb loopbaanadvies aangevraagd.

  • de loopbaanbegeleidingB2

    orientación profesional

    Het bedrijf biedt loopbaanbegeleiding aan.

  • de loopbaanontwikkelingB2

    desarrollo profesional

    Het bedrijf investeert in loopbaanontwikkeling.

  • de looptijdB2

    duración del contrato

    De looptijd van het contract is één jaar.

  • lopenA1irregular

    liep · liepen · hebben/zijn gelopen

    caminar

    Ik loop elke dag naar mijn werk.


    durar, ir (un periodo)

    De cursus loopt van september tot juni.

  • losB1

    suelto

    De knoop van mijn jas zit los.

  • het lotB2

    destino; billete de lotería

    Hij aanvaardde zijn lot zonder klagen.

  • de loterijB2

    lotería

    Een deel van de loterij gaat naar goede doelen.

  • de loyaliteitB2

    lealtad

    Zijn loyaliteit aan het team is groot.

  • de luchtA2

    aire; cielo

    Na de regen is de lucht weer blauw.

  • de luchtdrukB1

    presión atmosférica

    Een lage luchtdruk betekent vaak slecht weer.

  • de luchthavenA2

    aeropuerto

    Schiphol is de grootste luchthaven van Nederland.

  • de luchtkwaliteitB1

    calidad del aire

    In de stad is de luchtkwaliteit slechter.

  • de luchtvervuilingB2

    contaminación del aire

    Luchtvervuiling veroorzaakt gezondheidsklachten.

  • de luciferA1

    cerilla

    Heb je een lucifer?

  • de luieruitslagB2

    dermatitis del pañal

    Tegen luieruitslag helpt een beschermende zalf.

  • de luisteraarB2

    oyente

    Een luisteraar belde met een vraag.

  • het luisterboekB2

    audiolibro

    In de auto luistert hij naar luisterboeken.

  • luisterenA2

    luisterde · hebben geluisterd

    escuchar

    Luister goed naar de vraag.

  • de luistervaardigheidB1

    comprensión auditiva

    Voor luistervaardigheid oefen ik met podcasts.

  • lukkenA2

    lukte · zijn gelukt

    salir bien, lograrse

    Het is me gelukt!

  • de lunchA1

    almuerzo

    De lunch is om half een.