Vocabulario
202 palabras · página 5 de 9
hoeveelA1
cuánto
Hoeveel kost dit?
de hoeveelheidA2
cantidad
Gebruik een kleine hoeveelheid zout.
hoevenA2irregular
hoefde · hoefden · hebben gehoeven
no hacer falta
Je hoeft morgen niet naar school te komen.
hoewelA2
aunque
Hoewel het regende, gingen we toch.
de hoffelijkheidB2
cortesía
Hoffelijkheid kost niets.
hoger beroepB2
recurso de apelación
Zij ging in hoger beroep.
hoiA1
hola
Hoi, hoe is het?
de homeopathieB2
homeopatía
Over de werking van homeopathie wordt gediscussieerd.
de hondA1
perro
De hond moet hier aangelijnd zijn.
de hondenbelastingB2
impuesto sobre perros
Niet elke gemeente heft hondenbelasting.
honderdA1
cien
Dat kost ongeveer honderd euro.
de hongerA1
hambre
Ik heb honger.
de honingA1
miel
Doe wat honing in je thee.
het hoofdA1
cabeza
Mijn hoofd doet pijn.
jefe, responsable
Het hoofd van de afdeling neemt het besluit.
het hoofdartikelB2
editorial
Het hoofdartikel ging over de verkiezingen.
het hoofdgerechtA2
plato principal
Het hoofdgerecht was vis met groente.
de hoofdpijnA2
dolor de cabeza
Ik heb de hele dag hoofdpijn.
de hoofdredacteurB2
redactor jefe
De hoofdredacteur besliste anders.
de hoofdredactieB2
dirección editorial
De hoofdredactie besliste over de publicatie.
de hoofdstadA2
capital (ciudad)
Amsterdam is de hoofdstad van Nederland.
het hoofdstukB2
capítulo
Het derde hoofdstuk is het moeilijkst.
de hoofdzinB2
oración principal
In de hoofdzin staat het werkwoord op plaats twee.
hoogA1
alto
Dat gebouw is heel hoog.
de hoogbegaafdheidB2
altas capacidades
Ook hoogbegaafdheid vraagt om extra begeleiding.
de hoogconjunctuurB2
auge económico
In een hoogconjunctuur is personeel schaars.

