Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

289 palabras · página 8 de 12

  • het gevoelslevenB2

    vida emocional

    Over zijn gevoelsleven praat hij zelden.

  • de gevoelstemperatuurB2

    sensación térmica

    De gevoelstemperatuur ligt vijf graden lager.

  • het gevolgA2

    consecuencia

    Dat heeft grote gevolgen voor ons.

  • het gewasB2

    cultivo

    Elk gewas heeft eigen eisen.

  • de gewasbeschermingB2

    protección de cultivos

    De regels voor gewasbescherming zijn strenger geworden.

  • het geweldB1

    violencia

    Geweld tegen hulpverleners wordt streng bestraft.

  • geweldigA2

    genial, estupendo

    Het concert gisteren was echt geweldig!

  • het gewichtB1

    peso

    Hij is de laatste tijd op gewicht gebleven.

  • gewondA2

    herido

    Bij het ongeluk raakte niemand gewond.

  • gewoonA1

    normal, corriente; simplemente

    Het was een gewone dag op kantoor.

  • de gewoonteA2

    costumbre

    Vroeg opstaan is een goede gewoonte.

  • het gewrichtB2

    articulación

    Mijn gewrichten doen 's ochtends pijn.

  • gezamenlijkB2

    conjunto, común

    De buren organiseren een gezamenlijke dag om de straat schoon te maken.

  • gezelligB1

    acogedor, agradable

    Het was een gezellige avond.

  • de gezelligheidB1

    ambiente agradable

    Ik kom vooral voor de gezelligheid.

  • het gezelschapB1

    compañía

    Hij houdt van gezelschap.

  • het gezelschapsspelB1

    juego de mesa

    's Avonds doen we een gezelschapsspel.

  • gezetB2

    rechoncho

    Een wat gezette man van vijftig.

  • het gezichtA1

    cara

    Was je gezicht met koud water.

  • de gezichtsuitdrukkingB2

    expresión facial

    Aan haar gezichtsuitdrukking zag ik het al.

  • het gezichtsvermogenB2

    visión

    Het gezichtsvermogen wordt jaarlijks gecontroleerd.

  • het gezinA1

    familia (núcleo)

    Ons gezin bestaat uit vier personen.

  • de gezinsherenigingB2

    reagrupación familiar

    Na gezinshereniging kwam zijn vrouw over.

  • gezondA2

    sano

    Hij eet heel gezond.

  • de gezondheidB1

    salud

    Zorg goed voor je gezondheid.