Vocabulario
232 palabras · página 2 de 10
dankzijB1
gracias a
Dankzij jouw hulp heb ik het examen gehaald.
de dansA2
baile
Op de bruiloft deed iedereen mee aan de dans.
dansenA2
danste · hebben gedanst
bailar
Op het feest werd er gedanst.
de darmB2
intestino
Vezels zijn goed voor de darmen.
datA1
que (conjunción)
Ik denk dat de trein vandaag later komt.
dat is waarB2
eso es cierto
Dat is waar, daar had ik niet aan gedacht.
dat kloptB2
eso es correcto
Dat klopt, ik heb het zelf gezien.
dat valt te bezienB2
eso está por ver
Of dat werkt, dat valt te bezien.
de databundelB2
paquete de datos
Mijn databundel is halverwege de maand op.
het datalekB2
filtración de datos
Na het datalek moesten alle wachtwoorden gewijzigd worden.
de dataverzamelingB2
recogida de datos
De dataverzameling duurde zes maanden.
de datumA1
fecha
Wat is de datum van vandaag?
de dauwB2
rocío
Het gras was nat van de dauw.
de deadlineA2
fecha límite
De deadline is vrijdag.
het debatA2
debate
Het debat werd live uitgezonden.
decemberA1
diciembre
In december zijn er veel feestdagen.
het decorB2
decorado
Het decor is in de studio gebouwd.
de decorbouwerB2
constructor de decorados
De decorbouwers werkten de hele nacht door.
het deelA1
parte
Het eerste deel van de cursus is klaar.
de deelnameB2
participación (en una actividad)
Deelname aan de cursus is gratis voor inwoners.
deelnemenB1separableirregular
nam deel · namen deel · hebben deelgenomen
participar
Iedereen kan aan de cursus deelnemen.
de deelnemerB1
participante
Elke deelnemer krijgt na de cursus een certificaat.
de deeltijdB1
tiempo parcial
Ze werkt in deeltijd, drie dagen per week.
het deeltijdpensioenB2
jubilación parcial
Met deeltijdpensioen werk je nog twee dagen.
de defensieB2
defensa
Het budget voor defensie wordt verhoogd.

