Vocabulario
511 palabras · página 2 de 21
de bankrekeningA2
cuenta bancaria
Je hebt een bankrekening nodig voor je salaris.
de barB1
bar, barra
We drinken na het werk iets aan de bar.
de barmanB2
camarero de barra
De barman kent iedereen bij naam.
baserenB2
baseerde · hebben gebaseerd
basar (en)
Het advies is gebaseerd op de toetsen van dit jaar.
de basisB1
base
Een goede basis in taal helpt bij elke opleiding.
de basisbehoefteB2
necesidad básica
Wonen is een basisbehoefte, geen luxe.
het basisonderwijsB2
educación primaria
Het basisonderwijs duurt acht jaar.
de basisregistratieB2
registro básico de población
Je adres staat in de basisregistratie personen.
de basisschoolA2
escuela primaria
Mijn dochter zit in groep vijf van de basisschool.
het basketbalA2
baloncesto
Op dinsdag speel ik basketbal met mijn vrienden.
de batterijA1
pila
De batterij is leeg.
beantwoordenB1
beantwoordde · hebben beantwoord
contestar, responder
Beantwoord de vragen in hele zinnen.
het bedA1
cama
Ik ga vroeg naar bed.
bedaardB2
sereno
Hij antwoordde bedaard op alle vragen.
bedankenA1
bedankte · hebben bedankt
agradecer
Ik wil je bedanken voor je hulp.
bedenkenA2irregular
bedacht · bedachten · hebben bedacht
idear, inventar
Wie heeft dit plan bedacht?
zich bedenkenreflexivo
cambiar de opinión
Hij wilde eerst mee, maar bedacht zich.
de bedenktijdB2
plazo de reflexión
Je hebt veertien dagen bedenktijd.
het bederfB2
deterioro de los alimentos
Bij warmte treedt bederf sneller op.
bedervenA2irregular
bedierf · bedierven · zijn bedorven
estropearse
Vlees bederft snel in de warmte.
bedoelenA1
bedoelde · hebben bedoeld
querer decir
Wat bedoel je precies?
de bedoelingB1
intención
Het was niet mijn bedoeling om je pijn te doen.
het bedragA2
importe
Het bedrag staat onderaan de rekening.
bedreigenB2
bedreigde · hebben bedreigd
amenazar (a alguien)
De man bedreigde de verkoper met een mes.
het bedrijfA1
empresa
Zij werkt bij een groot bedrijf.
de bedrijfsartsB2
médico de empresa
De bedrijfsarts adviseert over je terugkeer.

