Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

305 palabras · página 7 de 13

  • de afstroomB2

    descenso de nivel

    Afstroom naar een lager niveau is vaker het geval.

  • de afstudeerrichtingB2

    itinerario de especialización

    Zijn afstudeerrichting is arbeidsrecht.

  • afstuderenB2separable

    studeerde af · zijn afgestudeerd

    graduarse

    Zij hoopt in juni af te studeren.

  • de aftitelingB2

    créditos finales

    Blijf zitten tot na de aftiteling.

  • aftrekbaarB2

    deducible

    Studiekosten zijn niet meer aftrekbaar.

  • de aftrekpostB1

    deducción fiscal

    Studiekosten waren vroeger een aftrekpost.

  • het afvalA2

    basura

    Het afval wordt op dinsdag opgehaald.

  • de afvalbakB1

    papelera

    Gooi het in de afvalbak.

  • het afvalbeleidB2

    política de residuos

    Het afvalbeleid verschilt sterk per gemeente.

  • de afvalcontainerB1

    contenedor de basura

    De afvalcontainer wordt woensdag geleegd.

  • de afvalinzamelingB1

    recogida de residuos

    De afvalinzameling is op donderdag.

  • de afvalscheidingB2

    separación de residuos

    Afvalscheiding is in de meeste gemeenten verplicht.

  • de afvalstroomB2

    flujo de residuos

    Elke afvalstroom wordt apart verwerkt.

  • de afvalverwerkingB2

    tratamiento de residuos

    De afvalverwerking gebeurt buiten de stad.

  • zich afvragenB1separablereflexivoirregular

    vroeg af · vroegen af · hebben afgevraagd

    preguntarse

    Ik vraag me af of dat wel klopt.

  • afwassenA2separableirregular

    waste af · wasten af · hebben afgewassen

    fregar los platos

    Wie wast er vanavond af?

  • de afwasserB2

    friegaplatos

    De afwasser werkt tot na sluitingstijd.

  • de afwateringB2

    drenaje

    De afwatering van het perceel is slecht.

  • afwezigA2

    ausente

    Hij was vorige week afwezig.

  • afwijzenB1separableirregular

    wees af · wezen af · hebben afgewezen

    rechazar, denegar

    Mijn aanvraag is afgewezen.

  • de afwijzingB2

    rechazo

    De afwijzing kwam hard aan.

  • afzeggenA2separableirregular

    zei af · zeiden af · hebben afgezegd

    cancelar (una cita)

    Ik moet de afspraak bij de tandarts afzeggen.

  • de afzeggingB2

    cancelación de asistencia

    Na drie afzeggingen ging het feest niet door.

  • de afzenderB1

    remitente

    De afzender staat op de achterkant.

  • het afzenderadresB1

    dirección del remitente

    Zet je afzenderadres op de envelop.