Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

7809 слов · страница 75 из 313

  • de erfenisB1

    наследство

    De erfenis werd onder drie kinderen verdeeld.

  • het erfgoedB2

    наследие

    De molens horen bij ons cultureel erfgoed.

  • de erfpachtB2

    право долгосрочной аренды земли

    In Amsterdam staat veel grond in erfpacht.

  • ergA1

    очень; плохо

    Dat is erg vervelend.

  • ergensA2

    где-то

    Mijn sleutels liggen hier ergens.

  • zich ergerenB2возвратный

    ergerde · hebben geërgerd

    раздражаться

    Zij ergert zich aan het lawaai.

  • ergerlijkB2

    досадный

    Het is ergerlijk dat niemand reageert.

  • de ergernisB2

    досада, раздражение

    De vertragingen wekken veel ergernis.

  • de ergotherapeutB2

    эрготерапевт

    De ergotherapeut past de woning aan.

  • erkennenA2

    erkende · hebben erkend

    признавать (официально)

    De minister erkende de fout.

  • de erkenningB2

    признание

    Zij zocht vooral erkenning voor haar inzet.

  • de ernstB2

    серьёзность

    De dokter kon de ernst van de ziekte nog niet zeggen.

  • ernstigB1

    серьёзный, тяжёлый

    Hij is ernstig ziek en ligt in het ziekenhuis.

  • eruitzienA2отделяемыйнеправильный

    zag eruit · zagen eruit · hebben eruitgezien

    выглядеть

    Weet jij hoe de nieuwe buurman eruitziet?

  • ervarenA2неправильный

    ervoer · ervoeren · hebben ervaren

    испытывать, воспринимать

    Veel mensen ervaren het examen als stressvol.

  • de ervaringA2

    опыт

    Voor deze functie is ervaring nodig.

  • de erwtA1

    горох

    In de soep zitten erwten en wortels.

  • de escalatieB2

    эскалация, передача выше

    Bij escalatie ga je naar de directie.

  • de essentieB1

    суть, сущность

    Dat is niet de essentie van het probleem.

  • essentieelB1

    существенный, необходимый

    Goede communicatie is essentieel in de zorg.

  • de etalageB2

    витрина

    In de etalage van de winkel staan de nieuwe jassen.

  • de etappeB2

    этап

    De renner won de tiende etappe van de Tour.

  • etenA1неправильный

    at · aten · hebben gegeten

    есть, кушать

    Wij eten meestal om zes uur.


    het eten

    еда

    Nederlands eten is soms heel simpel.

  • de ethiekB2

    этика

    De ethiek van dit onderzoek is omstreden.

  • ethischB1

    этичный, этический

    Is het ethisch om dieren te gebruiken voor onderzoek?