Словарь
7085 слов · страница 59 из 284
de directeurA2
директор
De directeur van de school spreekt met de ouders.
de directheidB2
прямота
Aan de Nederlandse directheid moet je wennen.
de directieB2
дирекция
De directie besliste anders.
het directielidB2
член правления
Een directielid lichtte het besluit toe.
de dirigentB1
дирижёр
De dirigent gaf het teken.
de disciplineB1
дисциплина
Voor een marathon heb je veel discipline nodig.
de discriminatieA2
дискриминация
Discriminatie op de arbeidsmarkt komt nog steeds voor.
de discussieA2
дискуссия
De discussie liep hoog op.
de discussieleiderB2
ведущий дискуссии
De discussieleider gaf iedereen het woord.
discussiërenB1
discussieerde · hebben gediscussieerd
обсуждать, спорить
In de les discussiëren we over het nieuws van de week.
het distributiecentrumB2
распределительный центр
Het distributiecentrum werkt in drie ploegen.
diversB2
разнообразный
Onze buurt is erg divers, met mensen uit veertig landen.
de diversiteitB2
разнообразие
Het bedrijf wil meer diversiteit in de top.
het dividendB2
дивиденд
Het bedrijf keert dit jaar geen dividend uit.
de docentB1
преподаватель
De docent legt de opdracht nog een keer uit.
de dochterA1
дочь
Onze dochter is vijf jaar oud.
het documentA2
документ
Sla het document op voordat je de computer uitzet.
de documentaireB2
документальный фильм
De documentaire won een prijs.
de documentatieB2
документация
De documentatie is online beschikbaar.
dodelijkB1
смертельный
Roken kan op den duur dodelijke ziektes veroorzaken.
dodenB1
doodde · hebben gedood
убивать
Bij het ongeluk werden twee mensen gedood.
doe de groetenB2
передавай привет
Doe de groeten aan je vrouw.
doeiA1
пока
Doei, tot morgen!
het doekA1
тряпка
Veeg de tafel af met een doek.
het doelA1
цель
Wat is het doel van deze cursus?

