Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

7809 слов · страница 288 из 313

  • de voorwaardeA2

    условие

    Lees eerst de voorwaarden.

  • voorwaardelijkB2

    условный

    De straf is deels voorwaardelijk.

  • het voorwerpB1

    предмет (вещь)

    Laat geen waardevolle voorwerpen achter in de auto.

  • het voorwoordB2

    предисловие

    In het voorwoord bedankt zij haar collega's.

  • voorzichtigA2

    осторожный

    Rij voorzichtig, de weg is glad.

  • voorzienB1неправильный

    voorzag · voorzagen · hebben voorzien

    снабжать; предвидеть

    Alle kamers zijn voorzien van een eigen badkamer.

  • de voorzieningB1

    услуга, инфраструктура

    In de wijk zijn goede voorzieningen.

  • voorzittenB2отделяемыйнеправильный

    zat voor · zaten voor · hebben voorgezeten

    председательствовать

    Zij zal de vergadering voorzitten.

  • de voorzitterB1

    председатель

    De voorzitter opent de vergadering om acht uur.

  • vorderenB1

    vorderde · hebben gevorderd

    продвигаться; требовать

    De bouw van het nieuwe station vordert goed.

  • vorenB1

    вперёд, на первый план

    Er kwamen nieuwe problemen naar voren tijdens het gesprek.

  • vorigA1

    прошлый, предыдущий

    Vorig jaar woonde ik nog in Polen.

  • de vorkA1

    вилка

    Er ligt geen vork op tafel.

  • de vormB1

    форма (очертание)

    Deze tafel heeft een ronde vorm.

  • vormenB1

    vormde · hebben gevormd

    образовывать, формировать

    De kinderen vormen een kring rond de leraar.

  • de vormgeverB2

    график-дизайнер

    De vormgever maakte de hele huisstijl.

  • de vormgevingB2

    оформление

    De vormgeving van het tijdschrift is vernieuwd.

  • de vormingB2

    формирование; образование

    Een stage is belangrijk voor de vorming van studenten.

  • de vorstB1

    мороз

    Vannacht wordt er vorst verwacht.


    монарх, государь

    De vorst opende zelf het nieuwe gebouw.

  • vouwenB2неправильный

    vouwde · vouwden · hebben gevouwen

    складывать, сгибать

    Kun je de handdoeken vouwen en in de kast leggen?

  • de vraagA1

    вопрос

    Mag ik u een vraag stellen over het formulier?

  • het vraaggesprekB2

    беседа-интервью

    Het vraaggesprek verscheen in de krant.

  • de vraagprijsB2

    запрашиваемая цена

    De vraagprijs is niet realistisch.

  • de vraagstellingB1

    постановка вопроса

    Let goed op de vraagstelling van de opdracht.

  • het vraagtekenB1

    вопросительный знак

    Achter elke vraag staat een vraagteken.