Словарь
7085 слов · страница 278 из 284
de zelfredzaamheidB2
самостоятельность (в быту)
De zorg is gericht op zelfredzaamheid van de patiënt.
zelfsB1
даже
Zelfs op zondag werkt hij in de winkel.
de zelfscankassaB2
касса самообслуживания
Bij de zelfscankassa is bijna nooit rij.
de zelfspotB2
самоирония
Zelfspot maakt iemand sympathiek.
zelfstandigB1
самостоятельный
Je moet in deze functie zelfstandig kunnen werken.
de zelfstandigeB2
самозанятый
Als zelfstandige regel je je eigen pensioen.
de zelfstandigheidB1
самостоятельность
De functie vraagt veel zelfstandigheid.
de zelfstudieB1
самостоятельное обучение
Naast de les doe ik veel zelfstudie.
het zelfvertrouwenB1
уверенность в себе
Door de cursus kreeg ze meer zelfvertrouwen.
zendenB1неправильный
zond · zonden · hebben gezonden
посылать; транслировать
De omroep zendt de wedstrijd live uit.
de zenderB2
телеканал
Deze zender brengt vooral documentaires.
de zendmastB2
вышка связи
De nieuwe zendmast stuitte op bezwaren.
de zendtijdB2
эфирное время
Elke partij krijgt evenveel zendtijd.
de zenuwB2
нерв
Er zit een zenuw bekneld in zijn rug.
zenuwachtigA2
нервничающий
Ik ben zenuwachtig voor het examen.
het zenuwstelselB2
нервная система
Stress belast het zenuwstelsel.
zesA1
шесть
We eten om zes uur.
zestienA1
шестнадцать
Met zestien jaar mag je in Nederland op een scooter rijden.
zestigA1
шестьдесят
Mijn vader is zestig geworden.
de zetelB1
место (в парламенте)
De partij won vijf zetels in de Tweede Kamer.
zettenA1
zette · hebben gezet
ставить
Zet de stoel bij het raam.
zeurende pijnB2
ноющая боль
Het is meer een zeurende pijn dan een scherpe.
zevenA1
семь
Een week heeft zeven dagen.
zeventienA1
семнадцать
Mijn dochter wordt volgende week zeventien jaar.
zeventigA1
семьдесят
Buiten de bebouwde kom mag je zeventig.

