Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

7085 слов · страница 264 из 284

  • de waardeA2

    стоимость, ценность

    De waarde van het huis is gestegen.

  • waardeloosB2

    никчёмный, бесполезный

    Die goedkope oplader was echt waardeloos.

  • waarderenB1

    waardeerde · hebben gewaardeerd

    ценить

    Ik waardeer je eerlijkheid.

  • de waarderingB1

    признательность, оценка

    Hij kreeg veel waardering voor zijn werk.

  • de waardevermeerderingB2

    прирост стоимости

    De waardevermeerdering van het huis was groot.

  • waardevolB1

    ценный

    Zijn advies was waardevol.

  • waardigB1

    достойный

    Iedereen heeft recht op een waardig bestaan.

  • waardoorB1

    из-за чего, вследствие чего

    Het regende hard, waardoor de wedstrijd niet doorging.

  • de waarheidB1

    правда

    Je moet altijd de waarheid vertellen.

  • waarnemenB1отделяемыйнеправильный

    nam waar · namen waar · hebben waargenomen

    наблюдать, воспринимать; замещать

    Met een telescoop kun je verre sterren waarnemen.

  • de waarnemingB2

    наблюдение

    De waarneming van deze vogel is zeldzaam.

  • waaromA1

    почему

    Waarom kom je niet?

  • waarschijnlijkA1

    вероятно

    Hij komt waarschijnlijk te laat.

  • waarschuwenB1

    waarschuwde · hebben gewaarschuwd

    предупреждать

    Ik had je nog gewaarschuwd.

  • de waarschuwingB1

    предупреждение

    Hij kreeg een waarschuwing omdat hij door rood fietste.

  • wachtenA2

    wachtte · hebben gewacht

    ждать

    Ik wacht al een half uur.

  • de wachtkamerA2

    приёмная

    Neemt u plaats in de wachtkamer.

  • de wachtlijstB1

    лист ожидания

    Er is een lange wachtlijst voor die behandeling.

  • de wachtrijB2

    очередь ожидания

    U staat als vijfde in de wachtrij.

  • de wachttijdB1

    время ожидания

    De wachttijd voor een sociale huurwoning is lang.

  • het wachtwoordA2

    пароль

    Ik ben mijn wachtwoord vergeten.

  • de waddenB2

    Ваддензе (мелководье)

    De wadden vallen bij eb droog.

  • de wagenA2

    повозка; машина

    De boer laadt het hooi op de wagen.

  • wakkerA1

    проснувшийся (wakker worden: просыпаться)

    Ik word elke ochtend om zes uur wakker.

  • walgelijkB2

    отвратительный

    De vuilnisbak stonk echt walgelijk na een week.