Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

6551 слов · страница 239 из 263

  • de volwasseneB1

    взрослый (человек)

    Deze cursus is voor volwassenen die Nederlands leren.

  • de volwasseneneducatieB2

    образование взрослых

    Volwasseneneducatie is vaak in de avonduren.

  • het vonnisB2

    приговор

    Het vonnis viel milder uit dan verwacht.

  • voorA1

    для; перед

    Dit cadeau is voor jou.

  • voorafB1

    заранее

    Meld je vooraf aan via de website.

  • voorafgaanB1отделяемыйнеправильный

    ging vooraf · gingen vooraf · zijn voorafgegaan

    предшествовать

    Aan de operatie gaat een gesprek met de arts vooraf.

  • vooralA1

    особенно, главным образом

    Ik oefen vooral spreken.

  • het voorbeeldA2

    пример

    Kun je een voorbeeld geven?

  • voorbereidenA2отделяемый

    bereidde voor · hebben voorbereid

    готовить (что-то)

    We bereiden de vergadering samen voor.


    zich voorbereidenвозвратный

    готовиться

    Ik bereid me voor op het examen.

  • de voorbereidingB1

    подготовка

    Een goede voorbereiding is de helft van het werk.

  • voorbijA2

    прошёл, закончился; мимо

    De zomer is weer veel te snel voorbij.

  • voordatA2

    прежде чем, до того как

    Was je handen voordat je gaat eten.

  • het voordeelB1

    преимущество, выгода

    Een voordeel van dit huis is de grote tuin.

  • de voordeurA1

    входная дверь

    De voordeur zit op slot.

  • zich voordoenB2отделяемыйвозвратныйнеправильный

    deed voor · deden voor · hebben voorgedaan

    возникать (о ситуации)

    Als zich een probleem voordoet, bel ons dan.

  • het voorgerechtA2

    закуска

    Als voorgerecht nemen we soep.

  • voorheenB1

    раньше, прежде

    Voorheen was hier een school, nu zijn het woningen.

  • het voorjaarB1

    весна (время года)

    In het voorjaar gaan we de tuin opknappen.

  • de voorkantA2

    передняя сторона

    Aan de voorkant van het huis is een kleine tuin.

  • de voorkeurB1

    предпочтение

    Mijn voorkeur gaat uit naar een afspraak in de ochtend.

  • voorkomenA1отделяемыйнеправильный

    kwam voor · kwamen voor · zijn voorgekomen

    встречаться, случаться

    Dat probleem komt hier vaak voor.

  • voorkómenA2неправильный

    voorkwam · voorkwamen · hebben voorkomen

    предотвращать

    Met een goede planning voorkom je veel stress.

  • voorlezenA2отделяемыйнеправильный

    las voor · lazen voor · hebben voorgelezen

    читать вслух

    Wil je mij de brief van de school even voorlezen?

  • de voorlichtingB1

    информирование, просвещение

    De gemeente geeft voorlichting over afvalscheiding.

  • voorlopigB1

    временный, предварительный; пока

    Voorlopig blijf ik bij mijn ouders wonen.