Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

7085 слов · страница 230 из 284

  • de transparantieB2

    прозрачность

    Er wordt meer transparantie van techbedrijven gevraagd.

  • de transplantatieB2

    трансплантация

    Hij wacht op een transplantatie.

  • het transportB1

    транспорт, перевозка

    Het transport van goederen gaat vaak per schip.

  • de trapA1

    лестница

    De trap is erg steil.

  • trappenB1

    trapte · hebben getrapt

    пинать, бить ногой; крутить педали

    Hij trapte de bal hard in het doel.

  • tredenB1неправильный

    trad · traden · zijn getreden

    вступать (в силу)

    De nieuwe wet treedt op één januari in werking.

  • treffenB1неправильный

    trof · troffen · hebben getroffen

    поражать, затрагивать; встречать

    De storm trof vooral het noorden van het land.

  • het trefwoordB2

    ключевое слово

    Zoek op het trefwoord 'klimaat'.

  • de treinA2

    поезд

    De trein naar Amsterdam vertrekt zo.

  • het treinkaartjeA2

    билет на поезд

    Koop je treinkaartje van tevoren.

  • de treinreisA2

    поездка на поезде

    De treinreis duurt anderhalf uur.

  • de treinstoringA2

    сбой в движении поездов

    Door een treinstoring reden er geen treinen.

  • de treinvertragingB1

    задержка поезда

    Door treinvertraging kwam ik te laat op het werk.

  • de trekB1

    аппетит; сквозняк; черта

    Na het sporten heb ik altijd trek in iets zoets.

  • trekkenB1неправильный

    trok · trokken · hebben/zijn getrokken

    тянуть; перемещаться

    Je moet de deur trekken, niet duwen.

  • de trekrouteB2

    маршрут миграции

    Deze kust ligt op een belangrijke trekroute.

  • de trekvogelB2

    перелётная птица

    Trekvogels vertrekken in het najaar.

  • de trendB2

    тенденция

    De trend is al tien jaar dezelfde.

  • triestB1

    печальный, грустный

    Het is triest dat de winkel moet sluiten.

  • trillenB2

    trilde · hebben getrild

    дрожать

    Zijn handen trilden van de zenuwen.

  • de tripB2

    поездка (короткая)

    We maakten een korte trip naar Antwerpen.

  • de troepB1

    беспорядок; отряд, войско

    Wat een troep in je kamer, ruim het eens op!

  • de troonB1

    трон

    In 2013 kwam koning Willem-Alexander op de troon.

  • de troonredeB2

    тронная речь

    In de troonrede staan de plannen voor het jaar.

  • troostenB2

    troostte · hebben getroost

    утешать

    Ze troostte haar dochter na de uitslag.