Словарь
5480 слов · страница 207 из 220
welbespraaktB2
хорошо говорящий, речистый
Hij is een welbespraakt spreker.
weliswaarB2
хотя и, правда
Het is weliswaar duur, maar het werkt.
welkeA1
какой
Welke bus moet ik nemen?
welkomA1
добро пожаловать
Welkom bij ons thuis!
wellichtB2
возможно
Wellicht kunnen we een andere datum kiezen.
welsprekendB2
красноречивый
Zij is een welsprekend spreker.
de welvaartB2
благосостояние
Nederland kent een hoge welvaart.
het welvaartsniveauB2
уровень благосостояния
Het welvaartsniveau is hier hoog.
het welvaartspeilB2
уровень благосостояния
Het welvaartspeil verschilt sterk per regio.
de welvaartsverdelingB2
распределение благосостояния
De welvaartsverdeling is een politiek strijdpunt.
welwillendB2
благожелательный
De directie stond welwillend tegenover het voorstel.
het welzijnB2
благополучие
Het welzijn van werknemers krijgt meer aandacht.
wennenA2
wende · zijn gewend
привыкать
Ik moet nog wennen aan het Nederlandse weer.
de wensA2
желание
Mijn grootste wens is een eigen huis.
wensenA2
wenste · hebben gewenst
желать
Wij wensen u veel beterschap.
de wereldA1
мир
Nederlandse kaas is bekend in de hele wereld.
het werelderfgoedB2
всемирное наследие
Dit gebied staat op de lijst van werelderfgoed.
de WereldgezondheidsorganisatieB2
Всемирная организация здравоохранения
De Wereldgezondheidsorganisatie adviseerde terughoudendheid.
wereldwijdB1
всемирный; во всём мире
Het probleem van plastic is wereldwijd bekend.
het werkA1
работа
Ik ga om acht uur naar mijn werk.
de werk-privébalansB2
баланс работы и личной жизни
Zijn werk-privébalans is zoek.
de werkafspraakA2
рабочая договорённость
We maken hierover een werkafspraak.
de werkbesprekingB1
рабочее обсуждение
De werkbespreking is elke maandagochtend.
het werkbriefjeA2
табель рабочего времени
Lever je werkbriefje op vrijdag in.
het werkcollegeB2
семинарское занятие
In het werkcollege oefen je in kleine groepen.

