Словарь
7085 слов · страница 163 из 284
opbrengenB1отделяемыйнеправильный
bracht op · brachten op · hebben opgebracht
приносить (доход)
De verkoop van het huis heeft veel geld opgebracht.
de opbrengstB1
выручка, доход
De opbrengst van de markt gaat naar een goed doel.
opdatB2
чтобы (книжн.)
Wij melden dit opdat u tijdig kunt reageren.
opdoenB1отделяемыйнеправильный
deed op · deden op · hebben opgedaan
приобретать (опыт)
Tijdens de stage heb ik veel ervaring opgedaan.
de opdrachtA2
задание, поручение
Ik heb deze opdracht van mijn baas gekregen.
de opdrachtbevestigingB2
подтверждение заказа
Stuur eerst een opdrachtbevestiging.
de opdrachtgeverB2
заказчик
De opdrachtgever betaalt binnen dertig dagen.
opdringenB1отделяемыйнеправильный
drong op · drongen op · hebben opgedrongen
навязывать
Je mag je mening niet aan anderen opdringen.
opduikenB1отделяемыйнеправильный
dook op · doken op · zijn opgedoken
всплывать, появляться
Na jaren dook de oude foto weer op in een doos.
opeensA2
вдруг
Opeens ging het licht uit en werd het donker.
opeisenB1отделяемый
eiste op · hebben opgeëist
брать (ответственность); требовать
Een groep heeft de aanslag opgeëist.
openA1
открытый
De winkel is nog open.
openbaarA1
публичный, общественный
De vergadering is openbaar.
openbaar vervoerB2
общественный транспорт
Met openbaar vervoer ben je er in een uur.
openbare ordeB1
общественный порядок
De politie handhaaft de openbare orde.
openbare ruimteB2
общественное пространство
De openbare ruimte moet voor iedereen toegankelijk zijn.
openenA1
opende · hebben geopend
открывать
De winkel opent om negen uur.
openhartigB2
откровенный
Hij sprak openhartig over zijn fouten.
de openhartigheidB2
откровенность
Zijn openhartigheid verraste iedereen.
de openingB1
открытие (церемония)
Bij de opening van de nieuwe bibliotheek was de burgemeester.
openlijkB1
открыто, публично
Zij spreekt openlijk over haar problemen.
het openluchttheaterB2
летний театр под открытым небом
In het openluchttheater spelen ze alleen 's zomers.
de operaB1
опера
Mijn oma gaat graag naar de opera.
de operatieA2
операция
De operatie is goed gegaan.
de operatiekamerB2
операционная
De patiënt ligt al in de operatiekamer.

