Словарь
7085 слов · страница 152 из 284
de nootA1
орех
Ik ben allergisch voor noten.
нота
Bij deze noot moet je het pedaal indrukken.
de normB1
норма
Wat als norm geldt, verschilt per generatie.
normaalA2
нормальный, обычный
Dat is hier heel normaal.
de normenB1
нормы
Normen en waarden verschillen per cultuur.
de normeringB2
нормирование оценок
De normering wordt na afloop vastgesteld.
de notaB1
счёт; записка, нота
Na de reparatie kreeg ik een nota van de garage.
de notariskostenB2
нотариальные расходы
De notariskosten komen er nog bij.
noterenB1
noteerde · hebben genoteerd
записывать
Noteer de datum van de afspraak in je agenda.
de notitieB1
заметка
Ik maakte een notitie tijdens het gesprek.
de notulenB2
протокол собрания
De notulen van de vorige vergadering zijn goedgekeurd.
notulerenB2
notuleerde · hebben genotuleerd
вести протокол
Wie gaat er vandaag notuleren?
nouA2
ну
Nou, dan zie ik je morgen wel.
novemberA1
ноябрь
November is een donkere maand.
nuA1
сейчас
Ik heb nu geen tijd.
de nuanceB2
нюанс
In dit debat ontbreekt vaak de nuance.
nuancerenB2
nuanceerde · hebben genuanceerd
уточнять, смягчать формулировку
Ik wil die uitspraak wel nuanceren.
de nuanceringB2
уточнение, оговорка
Zijn betoog mist enige nuancering.
het nuanceverschilB2
оттеночное различие
Het nuanceverschil tussen die woorden is klein.
nuchterB1
трезвый; натощак; рассудительный
Voor het bloedonderzoek moet u nuchter komen.
de nuchterheidB2
трезвость взгляда
Met typische nuchterheid reageerde zij kalm.
het nummerA1
номер
Wat is het nummer van je huis?
het nutB1
польза, смысл
Ik zie het nut van deze vergadering niet.
nuttigB1
полезный
De cursus was heel nuttig voor mijn werk.
het objectB1
объект, предмет
Het museum toont objecten uit de Romeinse tijd.
objectiefB1
объективный
Volledig objectieve verslaggeving bestaat niet.

