Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

264 слов · страница 9 из 11

  • totdatB1

    пока не, до тех пор пока не

    Wacht hier totdat de dokter je roept.

  • het touwA1

    верёвка

    Bind de doos vast met touw.

  • de traditieB1

    традиция

    Sinterklaas is een Nederlandse traditie.

  • traditioneelB1

    традиционный

    Op feestdagen eten we een traditioneel gerecht.

  • de trailerB2

    трейлер

    De trailer verklapt te veel.

  • trainenB1

    trainde · hebben getraind

    тренироваться

    Wij trainen twee keer per week.

  • de trainerA2

    тренер

    De trainer van het voetbalteam is heel streng.

  • de trainingA2

    тренировка; обучение

    Op woensdag heb ik training bij de hockeyclub.

  • het trainingsschemaB2

    план тренировок

    Hij volgt een strak trainingsschema.

  • trakterenA2

    trakteerde · hebben getrakteerd

    угощать

    Op je verjaardag trakteer je op gebak.

  • de tramA2

    трамвай

    Neem tram 4 naar het centrum.

  • de trambaanB2

    трамвайные пути

    Loop niet over de trambaan.

  • de transitievergoedingB2

    компенсация при переходе

    Iedereen heeft recht op een transitievergoeding.

  • de transparantieB2

    прозрачность

    Er wordt meer transparantie van techbedrijven gevraagd.

  • de transplantatieB2

    трансплантация

    Hij wacht op een transplantatie.

  • de trapA1

    лестница

    De trap is erg steil.

  • tredenB2неправильный

    trad · traden · zijn getreden

    вступать (в силу)

    De nieuwe wet treedt op één januari in werking.

  • treffenB2неправильный

    trof · troffen · hebben getroffen

    поражать, затрагивать; встречать

    De storm trof vooral het noorden van het land.

  • het trefwoordB2

    ключевое слово

    Zoek op het trefwoord 'klimaat'.

  • de treinA2

    поезд

    De trein naar Amsterdam vertrekt zo.

  • de treinconducteurB2

    проводник поезда

    De treinconducteur controleerde de kaartjes.

  • het treinkaartjeA2

    билет на поезд

    Koop je treinkaartje van tevoren.

  • de treinreisA2

    поездка на поезде

    De treinreis duurt anderhalf uur.

  • de treinstoringA2

    сбой в движении поездов

    Door een treinstoring reden er geen treinen.

  • de treinvertragingB1

    задержка поезда

    Door treinvertraging kwam ik te laat op het werk.