Словарь
264 слов · страница 2 из 11
de tafelA1
стол
Het eten staat op tafel.
de takenlijstA2
список задач
Ik werk mijn takenlijst af.
het takenpakketB1
круг обязанностей
Mijn takenpakket is dit jaar uitgebreid.
het talentB1
талант
Mijn dochter heeft talent voor tekenen.
tamelijkB2
довольно
Het antwoord was tamelijk vaag.
de tandA1
зуб
Er is een tand afgebroken.
de tandartsA2
стоматолог
Ik ga twee keer per jaar naar de tandarts.
de tandenborstelA1
зубная щётка
Vergeet je tandenborstel niet.
tankenB1
tankte · hebben getankt
заправляться
Ik moet nog even tanken.
de tanteA1
тётя
Mijn tante komt op bezoek.
het tapijtA2
ковёр
We hebben een nieuw tapijt gelegd.
de tasA1
сумка
Mijn tas staat naast de stoel.
de tastzinB2
осязание
De tastzin in zijn vingers is verminderd.
de tatoeageB2
татуировка
Een tatoeage laten verwijderen is duur.
de taxatieB2
оценка недвижимости
De bank eist een taxatie van de woning.
de taxiA2
такси
We namen een taxi naar het hotel.
teA1
слишком
Deze jas is te duur voor mij.
частица перед инфинитивом (te)
Ik probeer elke dag Nederlands te spreken.
het teamA2
команда
Ik werk in een klein team van vijf collega's.
de teambuildingB2
тимбилдинг
De middag stond in het teken van teambuilding.
de teamgeestB1
командный дух
De teamgeest is hier goed.
de teamleiderB1
руководитель группы
Vraag het even aan de teamleider.
het teamoverlegB1
командное совещание
Het teamoverleg is op dinsdagochtend.
de teamsportB1
командный спорт
Voetbal is de bekendste teamsport.
de teamvergaderingA2
собрание команды
De teamvergadering is elke maandag.
de techniekB1
техника; приём
Hij heeft veel interesse in techniek en computers.

