Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

252 слов · страница 4 из 11

  • de mediatheekB2

    медиатека

    De mediatheek beheert ook films en audio.

  • de mediawetB2

    закон о СМИ

    De Mediawet regelt de publieke omroep.

  • de mediawijsheidB2

    медиаграмотность

    Scholen geven lessen in mediawijsheid.

  • de medicaliseringB2

    медикализация

    Sommigen waarschuwen voor medicalisering van gewone problemen.

  • de medicatieB1

    медикаменты

    Neem uw medicatie mee naar het gesprek.

  • het medicijnA2

    лекарство

    Neem dit medicijn twee keer per dag.

  • het medicijngebruikB2

    приём лекарств

    Het medicijngebruik onder ouderen is hoog.

  • de medicijnkastB1

    шкафчик для лекарств

    Bewaar medicijnen in de medicijnkast.

  • medischA2

    медицинский

    Er is geen medische reden voor.

  • medische ethiekB2

    медицинская этика

    De medische ethiek stelt grenzen aan wat mág.

  • meeA1

    с собой, вместе (с кем-то)

    Ga je vanavond mee naar de bioscoop?

  • meedelenB1отделяемый

    deelde mee · hebben meegedeeld

    сообщать (официально)

    Wij delen u mee dat de afspraak verzet is.

  • meedoenA2отделяемыйнеправильный

    deed mee · deden mee · hebben meegedaan

    участвовать

    Doe je mee met de cursus?

  • meegaanA2отделяемыйнеправильный

    ging mee · gingen mee · zijn meegegaan

    пойти вместе, присоединиться

    Mag ik met jullie meegaan naar het strand?


    служить долго (о вещах)

    Deze schoenen gaan al vijf jaar mee.

  • meegaandB2

    уступчивый

    Hij is te meegaand in discussies.

  • het meelA1

    мука

    Voor dit recept heb je meel nodig.

  • meelevendB2

    сочувствующий

    Hij reageerde meelevend op het slechte nieuws.

  • meemakenA2отделяемый

    maakte mee · hebben meegemaakt

    переживать, испытывать

    Ik heb veel meegemaakt dit jaar.

  • meenemenA2отделяемыйнеправильный

    nam mee · namen mee · hebben meegenomen

    брать с собой

    Neem je paspoort mee.


    учитывать, принимать во внимание

    We nemen jouw voorstel mee in het besluit.

  • meerA1

    больше

    Ik heb meer tijd nodig.


    het meer

    озеро

    In de zomer zwemmen we in het meer.

  • meerdereB1

    несколько

    Er zijn meerdere manieren om dit probleem op te lossen.

  • de meerderheidB2

    большинство (голосов, людей)

    De meerderheid van de inwoners is tegen het plan.

  • de meerkeuzevraagB2

    вопрос с выбором ответа

    Het examen bestaat uit meerkeuzevragen.

  • het meervoudB2

    множественное число

    Het meervoud van 'kind' is 'kinderen'.

  • meestalA2

    обычно

    Ik ga meestal met de fiets.