Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

198 слов · страница 3 из 8

  • het leerplanB2

    учебный план

    Het leerplan wordt jaarlijks geëvalueerd.

  • de leerplanontwikkelingB2

    разработка учебного плана

    Leerplanontwikkeling is een langdurig proces.

  • het leerplatformB2

    учебная платформа

    Alle opdrachten staan op het leerplatform.

  • de leerplichtA2

    обязательное школьное образование

    In Nederland geldt leerplicht tot achttien jaar.

  • de leerplichtambtenaarB2

    инспектор по всеобучу

    De leerplichtambtenaar neemt contact op met de ouders.

  • het leerprocesB1

    процесс обучения

    Fouten maken hoort bij het leerproces.

  • de leerrouteB2

    образовательный маршрут

    Er is een aparte leerroute voor nieuwkomers.

  • de leerstijlB1

    стиль обучения

    Iedereen heeft een andere leerstijl.

  • de leerstoelB2

    кафедра (профессорская)

    Er komt een nieuwe leerstoel migratierecht.

  • de leerstofB1

    учебное содержание, материал

    De leerstof van dit blok is pittig.

  • de leerstoornisB2

    расстройство обучения

    Bij een leerstoornis krijg je extra tijd.

  • de leerwerkplekB2

    место производственного обучения

    Hij zoekt een leerwerkplek in de zorg.

  • het leerwerktrajectB2

    программа обучения с работой

    Het leerwerktraject duurt twee jaar.

  • de leesbevorderingB2

    продвижение чтения

    De bibliotheek werkt aan leesbevordering.

  • de leesclubB2

    книжный клуб

    Haar leesclub komt maandelijks bijeen.

  • het leestekenB2

    знак препинания

    De komma is het lastigste leesteken.

  • de leesvaardigheidB1

    навык чтения

    Mijn leesvaardigheid is beter dan mijn spreekvaardigheid.

  • de leeszaalB2

    читальный зал

    In de leeszaal moet je stil zijn.

  • de legalisatieB2

    легализация документов

    Buitenlandse akten hebben legalisatie nodig.

  • het legerA1

    армия

    Het leger hielp bij de evacuatie.

  • de legeringB2

    сплав

    Brons is een legering van koper en tin.

  • leggenA1

    legde · hebben gelegd

    класть

    Leg het boek op tafel.

  • de legitimatieB1

    удостоверение личности

    Bij de balie moet u legitimatie tonen.

  • leidenB1

    leidde · hebben geleid

    руководить, вести

    Zij leidt al vijf jaar een team van tien mensen.

  • de leiderB1

    лидер, предводитель

    De leider van de groep vertelt waar we heen gaan.