Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

198 слов · страница 2 из 8

  • de lastB1

    неприятность (last hebben: страдать от)

    Ik heb last van mijn rug na het tillen.

  • lastigA2

    трудный, хлопотный

    Het is lastig om in de stad te parkeren.

  • latenA1неправильный

    liet · lieten · hebben gelaten

    позволять; отдавать (в ремонт)

    Ik laat mijn fiets repareren.

  • laterA1

    позже

    We bellen later wel even.

  • de ledlampB2

    светодиодная лампа

    Een ledlamp gebruikt veel minder stroom.

  • het leedvermaakB2

    злорадство

    Er klonk enig leedvermaak in zijn stem.

  • de leefbaarheidB2

    комфортность проживания

    De leefbaarheid van de wijk staat onder druk.

  • het leefgebiedB2

    среда обитания

    Het leefgebied van de vogel wordt kleiner.

  • de leefomgevingB2

    жизненная среда, окружение

    Een groene leefomgeving is goed voor de gezondheid.

  • de leefregelB1

    рекомендация по образу жизни

    De arts gaf mij een paar leefregels mee.

  • de leefstijlB1

    образ жизни

    Een gezonde leefstijl voorkomt veel klachten.

  • de leefstijlziekteB2

    болезнь образа жизни

    Diabetes type 2 geldt als leefstijlziekte.

  • de leeftijdA1

    возраст

    Wat is de leeftijd van je kinderen?

  • leegA1

    пустой

    Mijn glas is leeg.

  • de leerachterstandB2

    отставание в учёбе

    Sommige leerlingen hebben een leerachterstand opgelopen.

  • de leerbaarheidB2

    усваиваемость

    De leerbaarheid van deze stof is groot.

  • het leerbedrijfB2

    предприятие-наставник

    Het leerbedrijf moet erkend zijn.

  • het leerboekA2

    учебник

    Neem je leerboek mee naar de les.

  • het leerdoelB1

    учебная цель

    Wat is het leerdoel van deze les?

  • de leerlijnB1

    образовательная траектория

    De leerlijn loopt van A1 tot B2.

  • de leerlingA2

    ученик

    In deze klas zitten 25 leerlingen.

  • het leerlingvolgsysteemB2

    система отслеживания успеваемости

    Het leerlingvolgsysteem laat de groei per vak zien.

  • het leermiddelB2

    учебное средство

    Digitale leermiddelen worden steeds belangrijker.

  • het leermomentB1

    момент обучения

    Elke fout is een leermoment.

  • de leeromgevingB2

    образовательная среда

    Een rustige leeromgeving helpt bij concentratie.