Словарь
511 слов · страница 17 из 21
de boomA2
дерево
Voor het huis staat een grote boom.
de boomsoortB1
порода деревьев
Welke boomsoort groeit hier het beste?
de boonA1
фасоль, боб
Er staan bonen op het menu.
de boordB1
борт (на борту)
Alle passagiers zijn nu aan boord van het vliegtuig.
de boormachineB2
дрель
Mag ik je boormachine even lenen?
boosA2
сердитый
Hij was boos op zijn collega.
het bordA1
тарелка
Zet de borden op tafel.
табличка, знак
Op het bord staat dat je hier niet mag parkeren.
de borgA2
залог
De borg krijg je later terug.
de borgsomB2
залог за жильё
De borgsom krijg je terug bij vertrek.
de borrelB2
неформальные посиделки с напитками
Na het werk is er een borrel.
de borstA1
грудь
Hij voelt pijn op zijn borst.
de borstvoedingB2
грудное вскармливание
Zij geeft de eerste maanden borstvoeding.
het bosA2
лес
We wandelen graag in het bos.
de bos
букет, пучок
Hij kwam thuis met een bos bloemen voor zijn moeder.
het bosbeheerB2
лесное хозяйство
Duurzaam bosbeheer levert een keurmerk op.
het bosgebiedB1
лесной массив
Het bosgebied is beschermd.
de boterA1
масло
Doe wat boter op je brood.
de boterhamA1
бутерброд
Ik neem twee boterhammen mee.
de bouwB1
строительство
Mijn broer werkt al twintig jaar in de bouw.
bouwenA2
bouwde · hebben gebouwd
строить
Hier gaan ze honderd nieuwe woningen bouwen.
de bouwsectorB2
строительный сектор
In de bouwsector is een groot personeelstekort.
de bouwtekeningB2
строительный чертёж
Op de bouwtekening staat alles ingetekend.
bovenA1
наверху, над
De slaapkamers zijn boven.
bovendienA2
кроме того
Het is duur en bovendien ver weg.
bradenB2неправильный
braadde · braadden · hebben gebraden
жарить
Braad het vlees kort aan.
de brainstormsessieB2
мозговой штурм
De brainstormsessie leverde twintig ideeën op.

