Словарь
262 слов · страница 5 из 11
de klantA2
клиент, покупатель
De klant heeft altijd gelijk.
het klantcontactB1
работа с клиентами
In deze functie heb je veel klantcontact.
de klantenkaartA2
карта постоянного клиента
Met een klantenkaart spaar je punten.
de klantenserviceA2
служба работы с клиентами
Bel de klantenservice als het niet werkt.
klantgerichtB1
клиентоориентированный
Wij werken klantgericht.
de klasA1
класс (группа учеников)
In mijn klas zitten studenten uit tien landen.
de klasgenootA2
одноклассник
Mijn klasgenoot komt uit Syrië.
het klaslokaalA2
классная комната
Het klaslokaal is op de tweede verdieping.
de klasseB2
класс (уровень)
Hij reist altijd in de eerste klasse.
klassiekB1
классический
Mijn vader luistert graag naar klassieke muziek.
klassikaalB2
фронтальный, для всего класса
De uitleg gebeurt klassikaal.
de klaverB2
клевер
Klaver is goed voor de bodem.
de kledingA2
одежда (общее)
In deze winkel verkopen ze kleding voor kinderen.
het kledingstukB2
предмет одежды
Elk kledingstuk wordt apart geprijsd.
de kleigrondB2
глинистая почва
Op kleigrond groeit tarwe goed.
kleinA1
маленький
Mijn kamer is klein maar gezellig.
de kleindochterA1
внучка
Zijn kleindochter gaat al naar school.
het kleinkindA1
внук, внучка
Zij heeft drie kleinkinderen.
de kleinzoonA1
внук
Haar kleinzoon is net geboren.
de klemtoonB2
ударение
De klemtoon ligt op de eerste lettergreep.
de klerenA1
одежда
Ik koop nieuwe kleren.
de kleurA1
цвет
Welke kleur vind je mooi?
het kleurgebruikB2
использование цвета
Het kleurgebruik is opvallend fel.
het kleurrijkB2
красочный
De markt is een kleurrijk geheel.
de kleuterB2
дошкольник
Kleuters leren vooral door te spelen.

