Vocabulary
7809 words · page 138 of 313
het lakenA1
sheet
De lakens moeten in de was.
de lampA1
lamp
De lamp in de gang is kapot.
lancerenB2
lanceerde · hebben gelanceerd
to launch
Het bedrijf lanceert volgende maand een nieuwe app.
de lanceringB2
launch
De lancering van de nieuwe app is volgende week.
het landA1
country
Uit welk land kom je?
de landbouwB1
agriculture
De landbouw staat onder druk door milieuregels.
de landbouwgrondB1
farmland
Een deel van de landbouwgrond wordt natuurgebied.
landelijkB1
national; rural
Er is een landelijke staking van leraren.
landenB1
landde · zijn geland
to land
Het vliegtuig landt om drie uur op Schiphol.
de landgenootB1
fellow countryman
In de stad ontmoette zij veel landgenoten.
het landgoedB2
estate
Het oude landgoed is nu een openbaar park.
het landsbestuurB2
national governance
Het landsbestuur is verdeeld over meerdere lagen.
het landschapB1
landscape
Het Nederlandse landschap is erg vlak.
langA1
long
Het duurt niet lang.
lang niet gezienB2
long time no see
Hé, lang niet gezien!
langdurigB1
long-term, prolonged
Langdurig zieke werknemers krijgen hulp van de bedrijfsarts.
langsA2
along; past
We fietsen langs de rivier naar het centrum.
langskomenA2separableirregular
kwam langs · kwamen langs · zijn langsgekomen
to drop by
Kom je vanavond even langs?
langzaamA1
slow
Kunt u wat langzamer praten?
langzamerhandB2
gradually
Langzamerhand begon zij de taal beter te begrijpen.
de lapB2
cloth, rag; piece
Neem een natte lap om de tafel schoon te maken.
de laptopA1
laptop
Thuis werk ik het liefst op mijn laptop.
de lastB1
trouble, bother (last hebben van)
Ik heb last van mijn rug na het tillen.
lastigA2
difficult, tricky; annoying
Het is lastig om in de stad te parkeren.
de latB2
lath, crossbar; bar (high jump)
De bal ging tegen de lat van het doel.

