Vocabulary
269 words · page 1 of 11
waaienA2
waaide · hebben gewaaid
to blow (of wind)
Het waait vandaag zo hard dat ik niet ga fietsen.
waarA1
where
Waar woon je?
waardB1
worth
Dit oude schilderij is veel geld waard.
de waardeA2
value
De waarde van het huis is gestegen.
waarderenB2
waardeerde · hebben gewaardeerd
to appreciate
Ik waardeer je eerlijkheid.
de waarderingB2
appreciation
Hij kreeg veel waardering voor zijn werk.
de waardevermeerderingB2
increase in value
De waardevermeerdering van het huis was groot.
waardevolB2
valuable
Zijn advies was waardevol.
waardoorB2
as a result of which
Het regende hard, waardoor de wedstrijd niet doorging.
de waarheidB1
truth
Je moet altijd de waarheid vertellen.
de waarnemingB2
sighting, observation
De waarneming van deze vogel is zeldzaam.
waaromA1
why
Waarom kom je niet?
waarschijnlijkA1
probably
Hij komt waarschijnlijk te laat.
waarschuwenB1
waarschuwde · hebben gewaarschuwd
to warn
Ik had je nog gewaarschuwd.
de waarschuwingsplichtB2
duty to warn
De verkoper heeft een waarschuwingsplicht.
wachtenA2
wachtte · hebben gewacht
to wait
Ik wacht al een half uur.
de wachtkamerA2
waiting room
Neemt u plaats in de wachtkamer.
de wachtlijstB1
waiting list
Er is een lange wachtlijst voor die behandeling.
de wachtrijB2
queue
U staat als vijfde in de wachtrij.
de wachttijdB1
waiting time
De wachttijd voor een sociale huurwoning is lang.
het wachtwoordA2
password
Ik ben mijn wachtwoord vergeten.
de waddenB2
the Wadden area
De wadden vallen bij eb droog.
wakkerA1
awake
Ik word elke ochtend om zes uur wakker.
de walgingB2
disgust
De beelden riepen walging op.
de wanbetalingB2
non-payment
Bij wanbetaling wordt de levering gestopt.

