Vocabulary
262 words · page 1 of 11
de kaarsA1
candle
Op tafel brandt een kaars.
de kaartA1
card; map
Ik stuur haar een kaart voor haar verjaardag.
het kaartjeA2
ticket
Ik heb mijn kaartje al gekocht.
de kaartverkoopB2
ticket sales
De kaartverkoop start morgenochtend.
de kaasA1
cheese
Nederlandse kaas is bekend in de wereld.
de kabeljauwB2
cod
De vangst van kabeljauw is beperkt.
het kabinetA2
cabinet
Het nieuwe kabinet is deze week beëdigd.
de kachelA1
heater, stove
Zet de kachel wat hoger.
het kadasterB2
land registry
Elke woning staat ingeschreven in het kadaster.
het kaderB2
framework, context
In het kader van het project bezoeken we een fabriek.
kalendB2
balding
Hij is licht kalend.
de kamA1
comb
Mag ik je kam even lenen?
de kamerA1
room
Mijn kamer is niet zo groot.
chamber (of parliament)
De Tweede Kamer stemt volgende week over de wet.
kamer van koophandelB2
chamber of commerce
Schrijf je bedrijf in bij de kamer van koophandel.
het KamerlidB2
member of parliament
Een Kamerlid stelde schriftelijke vragen.
het kampB1
camp
In de zomer gaan de kinderen een week op kamp.
kamperenB1
kampeerde · hebben gekampeerd
to camp
We gaan deze zomer kamperen in Frankrijk.
de kampioenB1
champion
Onze club werd dit jaar kampioen van de regio.
het kanaalA2
canal
Het kanaal verbindt twee rivieren.
de kandidaatB1
candidate
Er zijn drie kandidaten voor deze baan.
de kaneelA1
cinnamon
Doe wat kaneel op de appels.
de kanorouteB2
canoe route
De kanoroute loopt door het veen.
de kansA1
chance, opportunity
Dit is een mooie kans voor jou.
de kansengelijkheidB2
equality of opportunity
Kansengelijkheid in het onderwijs staat onder druk.
de kansenongelijkheidB2
inequality of opportunity
Kansenongelijkheid begint al op de basisschool.

