Vocabulary
7809 words · page 139 of 313
latenA1irregular
liet · lieten · hebben gelaten
to let, to have (something done)
Ik laat mijn fiets repareren.
laterA1
later
We bellen later wel even.
het lawaaiA2
noise
De buren maken 's nachts veel lawaai.
de ledlampB2
LED lamp
Een ledlamp gebruikt veel minder stroom.
het leedB1
sorrow, suffering
De oorlog heeft veel leed veroorzaakt.
het leedvermaakB2
schadenfreude
Er klonk enig leedvermaak in zijn stem.
de leefbaarheidB2
liveability
De leefbaarheid van de wijk staat onder druk.
het leefgebiedB2
habitat
Het leefgebied van de vogel wordt kleiner.
de leefomgevingB2
living environment
Een groene leefomgeving is goed voor de gezondheid.
de leefregelB2
lifestyle rule
De arts gaf mij een paar leefregels mee.
de leefstijlB2
lifestyle
Een gezonde leefstijl voorkomt veel klachten.
de leefstijlziekteB2
lifestyle disease
Diabetes type 2 geldt als leefstijlziekte.
de leeftijdA1
age
Wat is de leeftijd van je kinderen?
leegA1
empty
Mijn glas is leeg.
de leegteB2
emptiness, void
Na de dood van haar man voelde zij een grote leegte.
het leerB1
leather; teaching, doctrine
Deze tas is van echt leer gemaakt.
de leerachterstandB2
learning delay
Sommige leerlingen hebben een leerachterstand opgelopen.
het leerbedrijfB2
accredited training company
Het leerbedrijf moet erkend zijn.
het leerboekA2
textbook
Neem je leerboek mee naar de les.
het leerdoelB1
learning objective
Wat is het leerdoel van deze les?
de leerkrachtB1
teacher (formal)
De leerkracht van groep drie heet juf Anna.
de leerlijnB1
learning pathway
De leerlijn loopt van A1 tot B2.
de leerlingA2
pupil
In deze klas zitten 25 leerlingen.
het leerlingvolgsysteemB2
pupil monitoring system
Het leerlingvolgsysteem laat de groei per vak zien.
het leermiddelB2
learning resource
Digitale leermiddelen worden steeds belangrijker.

