Je EigenRoute
Sign inRegister

Vocabulary

7085 words · page 49 of 284

  • de compositieB2

    composition

    De compositie van het beeld is rustig.

  • de compostB2

    compost

    Van groenafval maak je compost.

  • het compromisB1

    compromise

    Na lang praten sloten de partijen een compromis.

  • de computerA1

    computer

    Mijn computer is heel langzaam.

  • de concentratieB1

    concentration

    Na een uur verlies ik mijn concentratie.

  • zich concentrerenB1reflexive

    concentreerde · hebben geconcentreerd

    to concentrate

    Ik kan me niet concentreren met dit lawaai.

  • het conceptB2

    draft; concept

    Dit is nog maar een concept van mijn brief.

  • het concertB1

    concert

    Het concert begint om acht uur.

  • de concertagendaB2

    concert listings

    Kijk in de concertagenda wat er speelt.

  • de concertzaalB2

    concert hall

    De concertzaal is uitstekend qua akoestiek.

  • concluderenB2

    concludeerde · hebben geconcludeerd

    to conclude

    Daaruit kunnen we concluderen dat het beleid werkt.

  • de conclusieA2

    conclusion

    Wat is jouw conclusie?

  • concreetB1

    concrete, specific

    Kun je een concreet voorbeeld geven?

  • de concurrentB2

    competitor

    Onze concurrent verkoopt dezelfde producten goedkoper.

  • de concurrentieB2

    competition

    De concurrentie in deze sector is hevig.

  • het concurrentiebedingB2

    non-compete clause

    Het concurrentiebeding geldt twee jaar.

  • de concurrentiepositieB2

    competitive position

    De concurrentiepositie van het bedrijf verzwakt.

  • de conditieB2

    fitness, condition

    Door elke dag te wandelen blijf ik in goede conditie.

  • de condoleanceB2

    condolence

    De condoleance is voorafgaand aan de dienst.

  • de conducteurA2

    ticket inspector

    De conducteur controleerde de kaartjes.

  • de conferentieB1

    conference

    De minister spreekt op een conferentie over klimaat.

  • het conflictA2

    conflict

    Het conflict liep hoog op.

  • confronterenB1

    confronteerde · hebben geconfronteerd

    to confront

    Ik confronteerde hem met zijn leugens.

  • het congresB2

    conference, congress

    Zij spreekt volgende week op een congres over zorg.

  • de conjunctuurB2

    economic cycle

    De conjunctuur zwakt dit jaar af.