Vocabulary
7824 words · page 106 of 313
de hoestdrankA2
cough syrup
Neem 's avonds wat hoestdrank.
hoestenA2
hoestte · hebben gehoest
to cough
Het kind hoest de hele nacht.
hoeveelA1
how much, how many
Hoeveel kost dit?
de hoeveelheidA2
quantity
Gebruik een kleine hoeveelheid zout.
hoevenA2irregular
hoefde · hoefden · hebben gehoeven
to have to (with niet/geen)
Je hoeft morgen niet naar school te komen.
hoeverreB1
to what extent
In hoeverre bent u tevreden over onze service?
hoewelA2
although
Hoewel het regende, gingen we toch.
hoezoA2
why? how come?
Hoezo kun je morgen niet komen, ben je ziek?
het hofB1
court (of law, royal)
De zaak komt volgende maand voor het hof.
de hoffelijkheidB2
courtesy
Hoffelijkheid kost niets.
hoger beroepB2
appeal
Zij ging in hoger beroep.
de hogeschoolB1
university of applied sciences
Na het mbo wil ze naar de hogeschool.
hoiA1
hi
Hoi, hoe is het?
het hokB2
hutch, pen, shed
De konijnen zitten in een hok in de tuin.
holB1
hollow; cave, den
De oude boom is van binnen hol.
HollandsB2
Dutch (of Holland)
Hutspot is een echt Hollands gerecht.
hollenB2
holde · hebben/zijn gehold
to run, to dash
De kinderen holden naar het strand.
de homeopathieB2
homeopathy
Over de werking van homeopathie wordt gediscussieerd.
de homoB1
gay man
Op het werk weet iedereen dat hij homo is.
homoseksueelB2
homosexual, gay
In Nederland mogen homoseksuele stellen trouwen.
de hondA1
dog
De hond moet hier aangelijnd zijn.
de hondenbelastingB2
dog tax
Niet elke gemeente heft hondenbelasting.
honderdA1
hundred
Dat kost ongeveer honderd euro.
de hongerA1
hunger
Ik heb honger.
de honingA1
honey
Doe wat honing in je thee.

