المفردات
6551 كلمة · صفحة 34 من 263
blijvenA1شاذّ
bleef · bleven · zijn gebleven
يبقى
Blijf je vanavond eten?
blikA2
نظرة
Aan zijn blik zag ik dat hij loog.
het blikjeA2
علبة معدنية
In de koelkast staat nog een blikje.
blindB1
أعمى
Mijn opa is bijna blind en gebruikt een stok.
het bloedA2
دم
Ze hebben mijn bloed onderzocht.
de bloeddrukA2
ضغط الدم
De dokter meet eerst uw bloeddruk.
het bloedonderzoekB1
تحليل الدم
Het bloedonderzoek liet niets bijzonders zien.
de bloedsomloopB2
الدورة الدموية
Wandelen is goed voor de bloedsomloop.
de bloeiperiodeB2
فترة الإزهار
De bloeiperiode duurt tot in juli.
de bloemB1
زهرة
Ik heb bloemen voor haar gekocht.
طحين، دقيق
Voor dit brood heb je vijfhonderd gram bloem nodig.
de bloemkoolA1
قرنبيط
Vanavond eten we bloemkool.
de blogB1
مدوّنة
Zij schrijft elke week een blog over haar leven in Nederland.
het blokB1
مربع سكني؛ كتلة
Na het eten lopen we nog even een blok om.
blokkerenB2
blokkeerde · hebben geblokkeerd
يحظر
Zij blokkeerde het account meteen.
blondA2
أشقر
Mijn zus heeft lang blond haar.
blootB2
عارٍ
Loop niet met blote voeten op het strand, er ligt glas.
blozenB2
bloosde · hebben gebloosd
يحمرّ خجلاً
Zij bloosde bij het compliment.
het blusapparaatB2
طفاية حريق
Het blusapparaat hangt bij de deur.
de bochtA2
منعطف
Rem af voor de bocht in de weg.
het bodB2
عرض السعر
Zijn bod was net te laag.
de bodemB1
تربة
De bodem hier is erg vruchtbaar.
de bodemdalingB2
هبوط التربة
Bodemdaling veroorzaakt schade aan huizen.
de bodemkwaliteitB2
جودة التربة
De bodemkwaliteit wordt jaarlijks gemeten.
de bodemsoortB1
نوع التربة
De bodemsoort bepaalt wat er kan groeien.
de bodemverontreinigingB2
تلوث التربة
Op dit terrein is bodemverontreiniging aangetroffen.

