المفردات
122 كلمة · صفحة 1 من 5
naA1
بعد
Na het eten gaan we wandelen.
de naamA1
اسم
Wat is jouw naam?
de naamswijzigingB2
تغيير الاسم
Een naamswijziging kost tijd en geld.
de naamvalB2
الحالة الإعرابية
Het Nederlands kent nauwelijks nog naamvallen.
naarA1
إلى
Ik ga naar mijn werk.
naar aanleiding vanB2
بناءً على
Naar aanleiding van uw brief bel ik u.
naar mijn meningB2
في رأيي
Naar mijn mening is dat te vroeg.
naartoeA2
إلى (مكان)
Waar ga je in de zomervakantie naartoe?
naastA1
بجانب
Hij zit naast mij.
nabijB2
قرب (رسمي)
Het hotel ligt nabij het centraal station.
de nachtA1
ليل
Ik heb de hele nacht slecht geslapen.
de nachtdienstA2
المناوبة الليلية
Deze week heb ik nachtdienst.
de nachtopvangB2
مأوى ليلي
De nachtopvang zit elke winter vol.
de nachtrustB2
راحة الليل
Een goede nachtrust doet wonderen.
nadatB1
بعد أن
Nadat ik gegeten had, ging ik naar bed.
nadenkenA2قابل للانفصالشاذّ
dacht na · dachten na · hebben nagedacht
يفكر مليا
Ik moet er nog even over nadenken.
de nagelA1
ظفر
Mijn nagels zijn te lang.
het nagerechtA2
حلوى
Als nagerecht is er ijs.
nakijkenA2قابل للانفصالشاذّ
keek na · keken na · hebben nagekeken
يصحّح
De docent moet vanavond nog veertig toetsen nakijken.
de nalatenschapB2
التركة
De notaris regelt de nalatenschap.
namelijkA2
أي، وذلك لأن
Ik kan niet komen, ik moet namelijk werken.
namensB1
نيابةً عن
Namens het hele team wens ik je veel succes.
het naslagwerkB2
مرجع
Dit naslagwerk mag je niet meenemen.
nastrevenB2قابل للانفصال
streefde na · hebben nagestreefd
يسعى لتحقيق
Welk doel streef je precies na?
de nasynchronisatieB2
الدبلجة
Kinderfilms krijgen nasynchronisatie.

