المفردات
95 كلمة · صفحة 1 من 4
de faalangstB2
الخوف من الفشل
Door faalangst presteert hij onder zijn niveau.
de factcheckB2
تدقيق الحقائق
Na een factcheck bleek de bewering onjuist.
de factuurA2
فاتورة
De factuur moet binnen 14 dagen betaald worden.
het factuurnummerB2
رقم الفاتورة
Vermeld altijd het factuurnummer bij de betaling.
de faculteitB2
كلية
Hij studeert aan de faculteit rechten.
het faillissementB2
الإفلاس
Na het faillissement verloren dertig mensen hun baan.
de familieA1
عائلة
Mijn familie komt zondag eten.
het familiebezoekA1
زيارة عائلية
Zondag hebben we familiebezoek.
het familielidA1
فرد من العائلة
Er komt een familielid op bezoek.
de fanA2
معجب، مشجّع
Mijn zoon is een grote fan van deze voetballer.
fantastischA2
رائع جدًّا
We hebben een fantastische vakantie gehad.
de faseB2
مرحلة
Het project zit nu in de laatste fase.
favorietA2
مفضّل
Wat is jouw favoriete gerecht uit je eigen land?
februariA1
فبراير
In februari is het meestal koud.
het feestA1
حفلة
Zaterdag is er een feest.
de feestdagB1
يوم عطلة رسمية
Op feestdagen zijn de winkels dicht.
het feitA1
حقيقة
Scheid feiten van meningen.
de felicitatieB2
تهنئة
Mijn felicitaties met je diploma.
feliciterenB1
feliciteerde · hebben gefeliciteerd
يهنئ
Ik wil je feliciteren met je nieuwe baan.
het festivalA2
مهرجان
Elke zomer is er een festival in het park.
de fietsA2
دراجة
In Nederland gaat bijna iedereen met de fiets.
fietsenA1
fietste · hebben/zijn gefietst
يركب الدراجة
Ik fiets elke dag naar school.
de fietsenstallingA2
موقف الدراجات
Zet je fiets in de fietsenstalling.
de fietserA2
راكب دراجة
Let goed op de fietser als je rechts afslaat.
het fietspadB1
ممر للدراجات
Fiets alsjeblieft op het fietspad.

