Je EigenRoute
دخولإنشاء حساب

المفردات

7809 كلمة · صفحة 304 من 313

  • de woordenschatB2

    الحصيلة اللغوية

    Voor B2 heb je een brede woordenschat nodig.

  • het woordgebruikB2

    استخدام المفردات

    Zijn woordgebruik is opvallend formeel.

  • de woordgrapB2

    تورية لفظية

    Een woordgrap is bijna niet te vertalen.

  • de woordkeuzeB1

    اختيار الكلمات

    Let op je woordkeuze in een formele brief.

  • de woordvoerderB2

    المتحدث الرسمي

    De woordvoerder gaf geen commentaar.

  • de woordvoersterB2

    المتحدّثة الرسمية

    Volgens een woordvoerster van de politie is niemand gewond.

  • de woordvolgordeB2

    ترتيب الكلمات

    In een bijzin verandert de woordvolgorde.

  • wordenA1شاذّ

    werd · werden · zijn geworden

    يصبح

    Hij wil dokter worden.


    (فعل مساعد للمبني للمجهول)

    De brief wordt morgen verstuurd.

  • de workshopB2

    ورشة عمل

    Ik volg zaterdag een workshop over solliciteren.

  • de worstA1

    نقانق

    Bij de slager kocht ik worst.

  • worstelenB2

    worstelde · hebben geworsteld

    يكافح

    Veel jongeren worstelen met stress en onzekerheid.

  • de wortelA1

    جزرة

    Doe de wortels in de soep.


    جذر

    De wortel van deze boom komt door het tegelpad heen.

  • de wraakB1

    انتقام

    Hij wilde wraak nemen op zijn oude baas.

  • wreedB2

    قاسٍ

    Het is wreed om een dier zo te behandelen.

  • wrijvenB2شاذّ

    wreef · wreven · hebben gewreven

    يفرك

    Hij wreef in zijn ogen omdat hij moe was.

  • wringenB2شاذّ

    wrong · wrongen · hebben gewrongen

    يعصر؛ يضغط

    Zij wrong het natte doekje goed uit.

  • de wrokB2

    ضغينة

    Zij koestert geen wrok tegen haar oude werkgever.

  • wuivenB2

    wuifde · hebben gewuifd

    يلوّح مودّعًا

    Zij wuifde naar haar moeder op het perron.

  • de yoghurtA1

    لبن زبادي

    Ik eet yoghurt bij het ontbijt.

  • het zaadB2

    بذرة

    In het voorjaar zaait de boer het zaad op zijn land.

  • de zaagB2

    منشار

    Met deze zaag gaat het sneller.

  • zaaienB1

    zaaide · hebben gezaaid

    يزرع البذور

    In maart kun je al zaaien.

  • het zaaigoedB2

    بذور الزراعة

    Het zaaigoed komt uit eigen oogst.

  • de zaakA2

    مسألة؛ متجر

    Mijn oom heeft een eigen zaak in het centrum.

  • de zaalA2

    قاعة

    De zaal zat vol voor het concert.