المفردات
5480 كلمة · صفحة 201 من 220
de vormB1
شكل
Deze tafel heeft een ronde vorm.
vormenB1
vormde · hebben gevormd
يشكّل
De kinderen vormen een kring rond de leraar.
de vormgeverB2
مصمم جرافيك
De vormgever maakte de hele huisstijl.
de vormgevingB2
التصميم الشكلي
De vormgeving van het tijdschrift is vernieuwd.
de vorstB1
صقيع
Vannacht wordt er vorst verwacht.
عاهل، ملك
De vorst opende zelf het nieuwe gebouw.
de vraagA1
سؤال
Mag ik u een vraag stellen over het formulier?
het vraaggesprekB2
حوار صحفي
Het vraaggesprek verscheen in de krant.
de vraagprijsB2
السعر المطلوب
De vraagprijs is niet realistisch.
de vraagstellingB1
صياغة السؤال
Let goed op de vraagstelling van de opdracht.
de vrachtwagenA2
شاحنة
Een grote vrachtwagen staat midden op de straat.
de vrachtwagenchauffeurB2
سائق شاحنة
Er is een tekort aan vrachtwagenchauffeurs.
vragenA1شاذّ
vroeg · vroegen · hebben gevraagd
يسأل
Mag ik iets vragen?
يطلب
Hij vraagt zijn buurman om hulp.
de vredeB1
سلام
Iedereen wil in vrede en veiligheid leven.
de vredesmissieB2
بعثة حفظ السلام
Nederland nam deel aan de vredesmissie.
vreemdA2
غريب
Ik hoorde vannacht een vreemd geluid in de keuken.
vreselijkA2
مريع
Ik had vreselijke hoofdpijn na het feest.
vrezenB2
vreesde · hebben gevreesd
يخشى
De boeren vrezen een droge zomer.
de vriendA1
صديق
Hij is een goede vriend van mij.
صديق حميم، شريك
Ze woont samen met haar vriend in Utrecht.
vriendelijkA2
ودود
De mensen in deze winkel zijn altijd erg vriendelijk.
de vriendelijkheidB2
اللطف
Zijn vriendelijkheid viel meteen op.
de vriendenkringB2
دائرة الأصدقاء
Zijn vriendenkring is klein maar hecht.
de vriendinA1
صديقة
Mijn vriendin komt uit Spanje.
de vriendschapA1
صداقة
Onze vriendschap duurt al twintig jaar.
de vriezerA2
مجمّد
Het brood ligt in de vriezer.
vrijA1
شاغر، حر
Is deze stoel vrij?

