المفردات
5480 كلمة · صفحة 14 من 220
het balkonA2
شرفة
Op het balkon staan planten.
de banaanA1
موزة
Wil je een banaan?
de bandA2
إطار
Mijn band is lek.
het banenverliesB2
فقدان الوظائف
Automatisering kan leiden tot banenverlies.
bangA2
خائف
Ik ben bang voor honden.
de bankA2
بنك
Ik heb een rekening bij deze bank.
أريكة؛ مقعد
We zitten 's avonds samen op de bank te lezen.
het bankafschriftB1
كشف حساب بنكي
Op het bankafschrift zie je alle betalingen.
de bankkostenB1
رسوم البنك
De bankkosten zijn dit jaar verhoogd.
de bankrekeningA2
حساب بنكي
Je hebt een bankrekening nodig voor je salaris.
de barB1
حانة، منضدة
We drinken na het werk iets aan de bar.
de barmanB2
ساقي البار
De barman kent iedereen bij naam.
baserenB2
baseerde · hebben gebaseerd
يبني (على)
Het advies is gebaseerd op de toetsen van dit jaar.
de basisB1
أساس
Een goede basis in taal helpt bij elke opleiding.
de basisbehoefteB2
حاجة أساسية
Wonen is een basisbehoefte, geen luxe.
het basisonderwijsB2
التعليم الابتدائي
Het basisonderwijs duurt acht jaar.
de basisregistratieB2
السجل الأساسي للسكان
Je adres staat in de basisregistratie personen.
de basisschoolA2
مدرسة ابتدائية
Mijn dochter zit in groep vijf van de basisschool.
het basketbalA2
كرة السلة
Op dinsdag speel ik basketbal met mijn vrienden.
de batterijA1
بطارية
De batterij is leeg.
beantwoordenB1
beantwoordde · hebben beantwoord
يُجيب عن
Beantwoord de vragen in hele zinnen.
het bedA1
سرير
Ik ga vroeg naar bed.
bedaardB2
هادئ رزين
Hij antwoordde bedaard op alle vragen.
bedankenA1
bedankte · hebben bedankt
يشكر
Ik wil je bedanken voor je hulp.
bedenkenA2شاذّ
bedacht · bedachten · hebben bedacht
يبتكر، يخترع (فكرة)
Wie heeft dit plan bedacht?
zich bedenkenانعكاسي
يغيّر رأيه
Hij wilde eerst mee, maar bedacht zich.
de bedenktijdB2
مهلة التفكير
Je hebt veertien dagen bedenktijd.

