Je EigenRoute
دخولإنشاء حساب

المفردات

7824 كلمة · صفحة 135 من 313

  • de krachtB1

    قوّة

    Na de ziekte had ik weinig kracht in mijn benen.

  • krachtigB1

    قوي (فعّال)

    Deze stofzuiger is klein maar heel krachtig.

  • krakenB2

    kraakte · hebben gekraakt

    يصرّ؛ يكسر؛ يحتلّ (مبنى)

    De oude trap kraakt bij elke stap.

  • krankzinnigB2

    جنوني

    Het is krankzinnig hoe duur de huizen zijn geworden.

  • de krantA1

    جريدة

    Mijn vader leest elke dag de krant.

  • krapB1

    ضيّق؛ شحيح

    Met één salaris hebben we het financieel krap.

  • het kredietB2

    ائتمان

    De bank verstrekte een krediet van tien mille.

  • de kredietwaardigheidB2

    الجدارة الائتمانية

    Je kredietwaardigheid wordt vooraf getoetst.

  • de kreetB2

    صرخة؛ شعار

    Met een kreet van vreugde viel zij hem om de hals.

  • kreunenB2

    kreunde · hebben gekreund

    يئنّ

    De gewonde man lag te kreunen van de pijn.

  • krijgenA1شاذّ

    kreeg · kregen · hebben gekregen

    يحصل على

    Ik heb een brief gekregen.

  • krijsenB2

    krijste · hebben gekrijst

    يصرخ بحدّة

    Het kind krijste toen het zijn moeder niet meer zag.

  • krimpenB2شاذّ

    kromp · krompen · zijn gekrompen

    ينكمش

    Mijn trui is in de wasmachine gekrompen.

  • de kringB1

    دائرة؛ حلقة

    Ze zaten in een kring en vertelden over hun weekend.

  • de kringloopwinkelB2

    متجر السلع المستعملة

    In de kringloopwinkel vond zij een kast.

  • de kringverjaardagB2

    حفلة ميلاد بجلوس دائري

    Een kringverjaardag met koffie en taart is heel Nederlands.

  • de kritiekB1

    انتقاد

    De nieuwe regels krijgen veel kritiek van ouders.

  • kritischA2

    نقدي

    Lees de tekst kritisch.

  • de kroegB2

    حانة

    Na het werk gaan de collega’s vaak naar de kroeg.

  • kromB2

    منحنٍ، معوجّ

    Door het zware werk loopt de oude man krom.

  • de kroonB1

    تاج

    De koningin draagt de kroon alleen bij officiële gelegenheden.


    تاج السن

    Er komt een kroon op deze tand.

  • het kruidB1

    عشب توابل

    Verse kruiden maken het gerecht af.

  • de kruidenA2

    أعشاب وتوابل

    Doe er wat kruiden bij.

  • kruipenA2شاذّ

    kroop · kropen · hebben/zijn gekropen

    يزحف

    De baby kan al kruipen en wil overal heen.

  • het kruisB2

    صليب

    Op de top van de kerk staat een kruis.