Je EigenRoute
دخولإنشاء حساب

المفردات

7824 كلمة · صفحة 131 من 313

  • knijpenB2شاذّ

    kneep · knepen · hebben geknepen

    يقرص

    Mijn kleine broertje kneep mij in mijn arm.

  • knikkenB2

    knikte · hebben geknikt

    يومئ برأسه

    Hij knikte instemmend.

  • knippenA2

    knipte · hebben geknipt

    يقص

    Ik laat morgen mijn haar knippen bij de kapper.

  • knipperenB2

    knipperde · hebben geknipperd

    يومض

    Bij het afslaan moet je met je lichten knipperen.

  • de knoopB1

    زر

    Er is een knoop van het overhemd af.


    عقدة

    Hij legt een stevige knoop in het touw.

  • het knooppuntB2

    نقطة تقاطع المسار

    Volg de knooppunten 12, 15 en 21.

  • de knopA2

    زر؛ برعم

    Druk op de groene knop om te beginnen.

  • knopenB2

    knoopte · hebben geknoopt

    يعقد، يربط

    Hij knoopte een touw aan de fiets.

  • knuffelenA2

    knuffelde · hebben geknuffeld

    يعانق

    Het kind knuffelt zijn teddybeer voor het slapen.

  • de koeB1

    بقرة

    De koeien staan sinds april buiten.

  • de koekA1

    بسكويت

    Bij de koffie krijg je een koekje.

  • de koekenpanB2

    مقلاة

    Verhit de koekenpan eerst goed.

  • het koekjeB2

    قطعة بسكويت

    Bij de koffie krijg je in Nederland vaak één koekje.

  • koelB2

    بارد قليلًا

    Bewaar de melk op een koele plaats.

  • koelenB2

    koelde · hebben gekoeld

    يبرّد

    Laat de taart eerst afkoelen en koel hem dan in de koelkast.

  • de koelkastA1

    ثلاجة

    De melk staat in de koelkast.

  • de koelketenB2

    سلسلة التبريد

    De koelketen mag nergens onderbroken worden.

  • de koersB2

    سعر الصرف؛ اتجاه

    De koers van de euro is vandaag gestegen.

  • de koerswinstB2

    الربح الرأسمالي

    Over koerswinst betaal je hier geen belasting.

  • koesterenB2

    koesterde · hebben gekoesterd

    يعتز بـ

    Zij koestert de herinnering aan die zomer.

  • de kofferA2

    حقيبة سفر

    Mijn koffer is te zwaar.

  • de koffieA1

    قهوة

    Zullen we een kopje koffie drinken?

  • de kogelB1

    رصاصة

    De kogel ging gelukkig door de muur heen.

  • de kokB1

    طاهٍ

    De kok maakt alles zelf klaar.

  • kokenA2

    kookte · hebben gekookt

    يطبخ

    Wie kookt er vanavond?


    يغلي

    Wacht tot het water kookt en doe dan de pasta erin.