المفردات
7824 كلمة · صفحة 127 من 313
de kiescampagneB2
الحملة الانتخابية
De kiescampagne draait om koopkracht.
kiezenA1شاذّ
koos · kozen · hebben gekozen
يختار
Je moet zelf kiezen.
de kiezerB2
الناخب
De kiezer beslist uiteindelijk.
de kijkB2
رؤية، وجهة نظر
Hij heeft een heel andere kijk op opvoeding.
het kijkcijferB2
نسبة المشاهدة
De kijkcijfers vielen tegen.
kijkenA1شاذّ
keek · keken · hebben gekeken
ينظر، يشاهد
We kijken vanavond naar een film.
de kijkerB1
مشاهد
Het programma trok gisteren twee miljoen kijkers.
kilB2
بارد؛ جافّ (غير ودود)
Het was een kille, natte avond in november.
de kiloA1
كيلو
Een kilo appels kost op de markt twee euro.
de kilometerA2
كيلومتر
Het is nog twintig kilometer rijden.
de kinA1
ذقن
Hij stootte zijn kin bij het vallen.
het kindA1
طفل
Het kind speelt in de tuin.
de kinderartsB2
طبيب الأطفال
De kinderarts stelde de ouders gerust.
de kinderbijslagA2
علاوة الأطفال
Ouders krijgen elk kwartaal kinderbijslag.
het kinderboekB2
كتاب أطفال
Dit kinderboek is in twintig talen vertaald.
kinderlijkB2
طفولي
Hij reageerde met kinderlijk enthousiasme op het cadeau.
de kinderopvangB1
رعاية الأطفال
Onze dochter gaat drie dagen per week naar de kinderopvang.
de kinderziekteB2
مرض الطفولة
Waterpokken is een klassieke kinderziekte.
de kipA1
دجاج
Ik eet liever kip dan rundvlees.
de kistB2
صندوق؛ تابوت
Op zolder staat een oude houten kist.
klaarA1
جاهز
Het eten is klaar.
klaarblijkelijkB2
بجلاء
Hij had klaarblijkelijk haast.
klaarmakenA2قابل للانفصال
maakte klaar · hebben klaargemaakt
يجهّز
Ik maak het eten klaar.
de klachtB1
شكوى
Vertel de arts precies wat uw klachten zijn.
de klachtafhandelingB2
معالجة الشكاوى
De klachtafhandeling duurt te lang.

