المفردات
7824 كلمة · صفحة 123 من 313
het kaderB1
إطار (سياق)
In het kader van het project bezoeken we een fabriek.
de kalenderA2
تقويم
Ik zet je verjaardag op de kalender in de keuken.
kalmB2
هادئ الأعصاب
Blijf kalm en bel de alarmcentrale.
kalmerenB2
kalmeerde · hebben/zijn gekalmeerd
يهدأ
Probeer te kalmeren voordat je iets zegt.
de kamA1
مشط
Mag ik je kam even lenen?
de kamerA1
غرفة
Mijn kamer is niet zo groot.
مجلس (برلماني)
De Tweede Kamer stemt volgende week over de wet.
kamer van koophandelB2
غرفة التجارة
Schrijf je bedrijf in bij de kamer van koophandel.
de kameraadB2
رفيق
Hij ging met zijn kameraden een weekend kamperen.
het KamerlidB2
عضو البرلمان
Een Kamerlid stelde schriftelijke vragen.
het kampB1
مخيّم
In de zomer gaan de kinderen een week op kamp.
kampenB2
kampte · hebben gekampt
يعاني من
Veel bedrijven kampen met een tekort aan personeel.
kamperenB1
kampeerde · hebben gekampeerd
يخيّم
We gaan deze zomer kamperen in Frankrijk.
de kampioenB1
بطل
Onze club werd dit jaar kampioen van de regio.
het kampioenschapB1
بطولة (مسابقة)
Ons team won het kampioenschap van de regio.
het kanaalA2
قناة ملاحية
Het kanaal verbindt twee rivieren.
de kandidaatB2
مرشّح
Er zijn drie kandidaten voor deze baan.
de kaneelA1
قرفة
Doe wat kaneel op de appels.
de kankerB1
سرطان
Roken vergroot de kans op kanker.
de kansA1
فرصة
Dit is een mooie kans voor jou.
de kansengelijkheidB2
تكافؤ الفرص
Kansengelijkheid in het onderwijs staat onder druk.
de kansenongelijkheidB2
عدم تكافؤ الفرص
Kansenongelijkheid begint al op de basisschool.
de kantA2
جانب
Aan welke kant van de straat woont u?
de kantineB1
مقصف
Tussen de middag eten we in de kantine.
het kantoorA2
مكتب
Ons kantoor is vlak bij het station.
het kantoorartikelB2
لوازم مكتبية
De kantoorartikelen worden centraal besteld.

