المفردات
7824 كلمة · صفحة 121 من 313
jagenB1
jaagde · hebben gejaagd
يصطاد
In dit bos mag niet worden gejaagd.
jaloersA2
غيور
Hij is een beetje jaloers op zijn broer.
de jaloezieB2
الغيرة
Jaloezie is zelden een goede raadgever.
de jamA1
مربى
Ik eet brood met jam.
jammerA2
يا للأسف
Wat jammer dat je niet naar het feest kunt komen.
jankenB2
jankte · hebben gejankt
يعوي، ينتحب
De hond jankte toen hij alleen thuis was.
januariA1
يناير
Mijn cursus begint in januari.
JapansB2
ياباني
Sushi is een bekend Japans gerecht.
jarenlangB1
لسنوات طويلة
Zij heeft jarenlang in een ziekenhuis gewerkt.
het jargonB2
المصطلحات المهنية
Vermijd jargon als je publiek breed is.
jarigA1
صاحب عيد الميلاد
Mijn zoon is vandaag jarig.
de jasA1
معطف
Doe je jas aan, het is koud.
jawelA2
بلى
Je hebt je huiswerk niet gemaakt. Jawel, het is af!
jegensB1
تجاه
De leraar is altijd vriendelijk jegens zijn leerlingen.
de jeugdB1
الشباب، الطفولة
In mijn jeugd speelde ik altijd buiten op straat.
jeugdigB2
شبابي
Voor zijn leeftijd ziet hij er nog jeugdig uit.
de jeugdzorgB2
رعاية الأحداث
De jeugdzorg kent lange wachtlijsten.
jongA1
شاب
Zij is nog heel jong.
de jongemanB2
رجل شاب
Een vriendelijke jongeman hielp mij met mijn koffer.
de jongenA1
ولد
Die jongen is mijn zoon.
de JoodB2
يهودي (شخص)
In de oorlog werden veel Joden uit Nederland weggevoerd.
joodsB1
يهودي
In Amsterdam woonden vroeger veel joodse families.
het journaalB1
نشرة الأخبار
Om acht uur kijken we altijd naar het journaal.
de journalistA2
صحفي
De journalist sprak met meerdere getuigen.
de journalistiekB2
الصحافة
Onafhankelijke journalistiek is onmisbaar.

