المفردات
165 كلمة · صفحة 4 من 7
de zinA2
جملة
Schrijf een zin met het woord 'huis'.
رغبة
Ik heb geen zin om vandaag te koken.
zingenA2شاذّ
zong · zongen · hebben gezongen
يغني
Op verjaardagen zingen we een lied.
zinloosB2
بلا جدوى
Verder discussiëren was zinloos.
de zinsbouwB2
بنية الجملة
Zijn zinsbouw verraadt zijn moedertaal.
zinvolB2
ذو معنى
Vrijwilligerswerk voelt zinvol.
zittenA1شاذّ
zat · zaten · hebben gezeten
يجلس
Zij zit op de bank.
يوجد، موجود (داخل شيء)
De sleutels zitten in de zak van mijn jas.
zittenblijvenB2قابل للانفصالشاذّ
bleef zitten · bleven zitten · zijn blijven zitten
إعادة السنة
Zittenblijven helpt niet altijd.
zoA1
هكذا
Doe het zo.
zo'nA2
مثل هذا؛ حوالي
Ik wil ook zo'n fiets met een mand voorop.
zoalsA2
كما، مثل
Zoals je weet, zijn wij morgen gesloten.
zodatB2
بحيث
Schrijf duidelijk, zodat iedereen het begrijpt.
zodoendeB2
وبهذه الطريقة
Hij mist veel lessen en blijft zodoende achter.
zodraB1
بمجرد أن
Ik bel je zodra ik thuis ben.
zoekenA1شاذّ
zocht · zochten · hebben gezocht
يبحث
Ik zoek mijn sleutels.
de zoekopdrachtB2
استعلام البحث
Verfijn je zoekopdracht met een extra woord.
zoetA2
حلو
Deze appel is heel zoet.
عذب (عن الماء)
In de sloot staat zoet water, geen zeewater.
zogenaamdB2
ما يُسمّى؛ مزعوم
Hij was zogenaamd ziek, maar ging naar het strand.
zoietsA2
شيء كهذا
Zoiets heb ik nog nooit meegemaakt.
zolangB1
طالما
Je mag hier blijven zolang je wilt.
de zolderA1
علية
De oude spullen liggen op zolder.
zomaarA2
هكذا بلا سبب
Hij kwam zomaar binnen zonder te kloppen.
de zomerA1
صيف
In de zomer gaan we naar het strand.
de zonA2
شمس
De zon schijnt eindelijk.
de zondagA1
الأحد
Zondag zijn veel winkels dicht.
zonderA1
بدون
Koffie zonder suiker, alstublieft.

