المفردات
269 كلمة · صفحة 5 من 11
weigerenB1
weigerde · hebben geweigerd
يرفض
Hij weigerde het voorstel.
het weilandB1
مرعى
In het weiland staan koeien.
weinigA1
قليل
Ik heb weinig tijd.
wekelijksA1
أسبوعيا
De les is wekelijks op dinsdag.
welA1
بلى، فعلًا
Ik heb geen auto, maar wel een fiets.
welbespraaktB2
فصيح
Hij is een welbespraakt spreker.
weliswaarB2
صحيح أن
Het is weliswaar duur, maar het werkt.
welkeA1
أي
Welke bus moet ik nemen?
welkomA1
أهلا وسهلا
Welkom bij ons thuis!
wellichtB2
ربما
Wellicht kunnen we een andere datum kiezen.
welsprekendB2
بليغ
Zij is een welsprekend spreker.
de welvaartB2
رخاء
Nederland kent een hoge welvaart.
het welvaartsniveauB2
مستوى الرفاه
Het welvaartsniveau is hier hoog.
het welvaartspeilB2
مستوى الرخاء
Het welvaartspeil verschilt sterk per regio.
de welvaartsverdelingB2
توزيع الثروة
De welvaartsverdeling is een politiek strijdpunt.
welwillendB2
متعاطف، ودود
De directie stond welwillend tegenover het voorstel.
het welzijnB2
الرفاه
Het welzijn van werknemers krijgt meer aandacht.
wennenA2
wende · zijn gewend
يعتاد
Ik moet nog wennen aan het Nederlandse weer.
de wensA2
أمنية
Mijn grootste wens is een eigen huis.
wensenA2
wenste · hebben gewenst
يتمنى
Wij wensen u veel beterschap.
de wereldA1
عالم
Nederlandse kaas is bekend in de hele wereld.
het werelderfgoedB2
التراث العالمي
Dit gebied staat op de lijst van werelderfgoed.
de WereldgezondheidsorganisatieB2
منظمة الصحة العالمية
De Wereldgezondheidsorganisatie adviseerde terughoudendheid.
wereldwijdB1
عالمي؛ في العالم كله
Het probleem van plastic is wereldwijd bekend.
het werkA1
عمل
Ik ga om acht uur naar mijn werk.

