Je EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

6551 woorden · pagina 167 van 263

  • het prijskaartjeA2

    price tag

    Er zit geen prijskaartje op.

  • de prijslijstA2

    price list

    De prijslijst hangt bij de ingang.

  • het prijsniveauB2

    price level

    Het prijsniveau ligt hier hoger dan elders.

  • de prijsontwikkelingB2

    price trend

    De prijsontwikkeling van energie was extreem.

  • het prijspeilB2

    price level

    Het prijspeil ligt hier hoger dan gemiddeld.

  • de prijsstabiliteitB2

    price stability

    De centrale bank bewaakt de prijsstabiliteit.

  • de prijsstijgingB2

    price rise

    De prijsstijging raakt vooral lage inkomens.

  • de prijsvergelijkingA2

    price comparison

    Doe eerst een prijsvergelijking online.

  • de prijsverhogingA2

    price increase

    Er komt een prijsverhoging van vijf procent.

  • het prijsverschilA2

    price difference

    Het prijsverschil tussen beide winkels is groot.

  • de prijsvormingB2

    price formation

    De prijsvorming op deze markt is ondoorzichtig.

  • prijzenB2onregelmatig

    prees · prezen · hebben geprezen

    to praise

    De jury prees haar heldere betoog.

  • het prijzengeldB2

    prize money

    Het prijzengeld wordt verdeeld over drie winnaars.

  • de prikA2

    jab, injection

    De prik deed nauwelijks pijn.

  • de prikkelbaarheidB2

    irritability

    Slaaptekort vergroot de prikkelbaarheid.

  • prikkelendB2

    thought-provoking, stimulating

    Het essay stelt prikkelende vragen.

  • primaA2

    fine, excellent

    Dat is prima, we spreken morgen om tien uur af.

  • primairB2

    primary

    Het primair onderwijs is voor kinderen van vier tot twaalf.

  • de primeurB2

    scoop

    De krant had de primeur.

  • het principeB1

    principle

    In principe werk ik niet op zondag.

  • de prinsesA2

    princess

    De prinses opende de nieuwe brug.

  • de PrinsjesdagA2

    Prinsjesdag (state opening)

    Op Prinsjesdag presenteert het kabinet de begroting.

  • printenA2

    printte · hebben geprint

    to print

    Kun je dit formulier even printen?

  • de printerB2

    printer

    De printer doet het weer niet.

  • de prioriteitB1

    priority

    Dit project heeft de hoogste prioriteit.