Voornaamwoorden, ontkenning en er
Een praktisch overzicht voor de keuze van voornaamwoorden, het maken van ontkenningen en het gebruik van er.
Persoonlijke voornaamwoorden
De vorm hangt af van de functie in de zin en van de nadruk. Korte vormen als je, ze, we en me zijn neutraal zonder tegenstelling; volle vormen benadrukken de persoon.
| Regel of gebruik | Vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Regel of gebruikAls onderwerp | Vormik, jij/je, u, hij, zij/ze, het, wij/we, jullie, zij/ze | VoorbeeldZij werkt vandaag thuis en wij nemen haar taken over. |
| Regel of gebruikAls voorwerp | Vormmij/me, jou/je, u, hem, haar, het, ons, jullie, hen/hun/ze | VoorbeeldDe manager belt mij en ik stuur hem de planning. |
| Regel of gebruikMet en zonder nadruk | Vormnadruk: jij, zij, wij, mij, jou | neutraal: je, ze, we, me | VoorbeeldNiet ik, maar jij hebt de sleutel; bel me als je klaar bent. |
| Regel of gebruikBeleefd u | Vormu = onderwerp en voorwerp | uw = bezit | VoorbeeldKunt u uw identiteitsbewijs aan mij laten zien? |
| Regel of gebruikOnpersoonlijk en vervangend het | Vormhet bij weer, tijd, situatie of een hele eerdere mededeling | VoorbeeldHet wordt laat, maar ik vind het geen probleem. |
Hen, hun en ze
In formele schrijftaal is hen een direct object en staat het na een voorzetsel. Hun is een indirect object zonder voorzetsel en een bezittelijk woord. De onbeklemtoonde vorm ze kan beide objectvormen vervangen.
| Regel of gebruik | Vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Regel of gebruikHen als direct object | Vormhen = direct object voor personen | VoorbeeldIk zie hen iedere ochtend bij de ingang. |
| Regel of gebruikHun als indirect object | Vormhun = indirect object zonder voorzetsel | VoorbeeldDe docent geeft hun morgen de uitslag. |
| Regel of gebruikHen na een voorzetsel | Vormhen = na een voorzetsel | VoorbeeldDe begeleider bespreekt het voorstel met hen. |
| Regel of gebruikBezittelijk hun | Vormhun + zelfstandig naamwoord = bezit | VoorbeeldHun aanvraag is volledig en wordt vandaag behandeld. |
| Regel of gebruikNeutraal ze | Vormze = onbeklemtoonde meervoudsvorm in neutraal taalgebruik | VoorbeeldIk heb ze gisteren gebeld en meteen uitgenodigd. |
Wederkerende vormen en elkaar
Een wederkerend voornaamwoord verwijst naar het onderwerp van dezelfde zin. Sommige werkwoorden hebben het altijd nodig; elkaar drukt een wederzijdse handeling tussen twee of meer personen uit.
| Regel of gebruik | Vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Regel of gebruikWederkerende vormen | Vormik me | jij je | u zich | hij/zij zich | wij ons | jullie je | zij zich | VoorbeeldWij bereiden ons goed voor en zij meldt zich op tijd aan. |
| Regel of gebruikVerplicht wederkerende werkwoorden | Vormzich vergissen, zich herinneren, zich aanmelden, zich gedragen | VoorbeeldIk vergiste me, maar ik herinner me nu het juiste adres. |
| Regel of gebruikDe vorm hangt af van de betekenis | Vormwassen kan met of zonder wederkerend voornaamwoord | VoorbeeldHet kind wast zich en wast daarna zijn handen. |
| Regel of gebruikWederkerig elkaar | Vormelkaar = de een de ander | VoorbeeldDe buren helpen elkaar tijdens de verhuizing. |
Ontkenning met geen en niet
Geen ontkent een onbepaald zelfstandig naamwoord. Niet ontkent een handeling, eigenschap of specifiek zinsdeel; de plaats hangt af van wat wordt tegengesteld.
| Regel of gebruik | Vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Regel of gebruikGeen met een zelfstandig naamwoord | Vormgeen + onbepaald zelfstandig naamwoord | VoorbeeldDe woning heeft geen berging en geen balkon. |
| Regel of gebruikEen handeling ontkennen | Vormniet vóór de werkwoordgroep aan het einde | VoorbeeldDe leverancier kan de bestelling vandaag niet bezorgen. |
| Regel of gebruikEen specifiek deel ontkennen | Vormniet vóór een bepaald zinsdeel | VoorbeeldIk heb niet de rode map, maar de blauwe map meegenomen. |
| Regel of gebruikEen eigenschap ontkennen | Vormniet vóór een bijvoeglijk naamwoord of bijwoord | VoorbeeldDe uitleg is niet duidelijk en de docent spreekt niet langzaam. |
| Regel of gebruikNog niet en niet meer | Vormnog niet = tot nu toe niet | niet meer = vroeger wel | VoorbeeldDe brief is nog niet klaar en het oude formulier is niet meer geldig. |
Niemand, niets, nooit en nergens
Deze woorden bevatten al een ontkenning, dus een extra niet is meestal niet nodig. Kies de vorm naargelang u een persoon, ding, tijdstip of plaats ontkent.
| Regel of gebruik | Vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Regel of gebruikGeen persoon | Vormniemand = geen persoon | VoorbeeldNiemand heeft op mijn bericht gereageerd. |
| Regel of gebruikGeen ding | Vormniets = geen ding | VoorbeeldWe hebben niets bijzonders gevonden. |
| Regel of gebruikOp geen enkel moment | Vormnooit = op geen enkel moment | VoorbeeldDeze machine wordt 's nachts nooit gebruikt. |
| Regel of gebruikOp geen enkele plaats | Vormnergens = op geen enkele plaats | VoorbeeldDe ontbrekende sleutel is nergens te vinden. |
| Regel of gebruikEén ontkenning | Vormgeen dubbele ontkenning: niemand/niets/nooit + geen extra niet | VoorbeeldNiemand heeft mij iets over de wijziging verteld. |
Belangrijkste functies van er
Er kan een plaats aanduiden, een onbepaald onderwerp introduceren, een zelfstandig naamwoord na een aantal vervangen of met een voorzetsel samengaan. In een onpersoonlijke passieve zin vult er de eerste positie.
| Regel of gebruik | Vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Regel of gebruikPlaats | Vormer = op die plaats | VoorbeeldIk ken dat buurthuis en kom er elke woensdag. |
| Regel of gebruikAanwezigheid of verschijning | Vormer + werkwoord + onbepaald onderwerp | VoorbeeldEr staat een pakket voor de voordeur. |
| Regel of gebruikAantal | Vormer vervangt een eerder genoemd zelfstandig naamwoord bij een aantal | VoorbeeldHoeveel formulieren hebt u nodig? Ik neem er drie mee. |
| Regel of gebruikEr met een voorzetsel | Vormer + voorzetsel verwijst naar een ding: erop, ermee, erover | VoorbeeldDe regels zijn nieuw en niet iedereen is het ermee eens. |
| Regel of gebruikGesplitste constructie | Vormer en het voorzetsel kunnen uit elkaar staan | VoorbeeldIk ben er nog niet aan gewend. |
| Regel of gebruikOnpersoonlijk passief | Vormer + worden + voltooid deelwoord zonder genoemd onderwerp | VoorbeeldEr wordt in dit gebouw niet gerookt. |

