Je EigenRoute
InloggenRegistreren

Nederlandse woordvolgorde

Overzichtelijke schema’s voor hoofdzinnen, bijzinnen, inversie, vragen en zinnen met meerdere werkwoorden.

Hoofdzin

De persoonsvorm staat op de tweede plaats. Andere werkwoorden staan meestal achteraan.

SchemaVoorbeeld
onderwerppersoonsvormmiddenstuk
Ik werk morgen thuis.
onderwerppersoonsvormmiddenstukoverige werkwoorden
Ik wil morgen thuis werken.
onderwerppersoonsvormmiddenstukoverige werkwoorden
Ik heb gisteren thuis gewerkt.

Inversie

Begint de zin niet met het onderwerp, dan komt na het eerste zinsdeel eerst de persoonsvorm en daarna het onderwerp.

SchemaVoorbeeld
tijd / plaats / signaalwoordpersoonsvormonderwerpmiddenstuk
Morgen werk ik thuis.
tijd / plaats / signaalwoordpersoonsvormonderwerpmiddenstuk
Daarom neem ik de bus.
tijd / plaats / signaalwoordpersoonsvormonderwerpmiddenstukoverige werkwoorden
Na het werk ga ik boodschappen doen.

Bijzin

Na omdat, als, dat, hoewel en andere onderschikkende voegwoorden staat het werkwoord of de werkwoordgroep achteraan.

SchemaVoorbeeld
voegwoordonderwerpmiddenstukpersoonsvorm
omdat ik morgen thuis werk
voegwoordonderwerpmiddenstukoverige werkwoorden
omdat ik morgen thuis wil werken
voegwoordonderwerpmiddenstukoverige werkwoorden
nadat ik de brief had geschreven

Hoofdzin en bijzin

Een bijzin kan achter of voor de hoofdzin staan. Na een bijzin vooraan begint de hoofdzin met inversie.

SchemaVoorbeeld
hoofdzinbijzin
Ik blijf thuis, omdat ik ziek ben.
bijzinhoofdzin
Omdat ik ziek ben, blijf ik thuis.
hoofdzinbijzin
Ik weet dat de cursus morgen begint.

En, maar, want, dus

Deze woorden verbinden twee hoofdzinnen; erna blijft de woordvolgorde van een hoofdzin staan.

SchemaVoorbeeld
hoofdzinhoofdzin
Ik blijf thuis, want ik ben ziek.
hoofdzinhoofdzin
Het plan is duur, maar het is nuttig.
hoofdzinhoofdzin
Het regent, dus ik neem de bus.

Vraagzinnen

Zonder vraagwoord staat de persoonsvorm vooraan; met een vraagwoord staat hij direct daarna.

SchemaVoorbeeld
persoonsvormonderwerpmiddenstuk
Werk jij morgen thuis?
vraagwoordpersoonsvormonderwerpmiddenstuk
Wanneer werk jij thuis?
persoonsvormonderwerpmiddenstukoverige werkwoorden
Kun je mij morgen helpen?

Scheidbare werkwoorden

In een hoofdzin staat het losse deel achteraan. In een bijzin worden de delen weer één woord.

SchemaVoorbeeld
onderwerppersoonsvormmiddenstuklos deel
Ik bel mijn collega morgen op.
tijd / plaats / signaalwoordpersoonsvormonderwerpmiddenstuklos deel
Morgen bel ik mijn collega op.
voegwoordonderwerpmiddenstukpersoonsvorm
omdat ik mijn collega morgen opbel

Te + infinitief

Te + infinitief staat meestal achteraan; een doel wordt vaak met om … te uitgedrukt.

SchemaVoorbeeld
onderwerppersoonsvormmiddenstukte + infinitief
Ik probeer de brief vandaag te schrijven.
onderwerppersoonsvormmiddenstukte + infinitief
Ik volg een cursus om beter te leren schrijven.
Nederlandse woordvolgorde · Je EigenRoute