Je EigenRoute
InloggenRegistreren
← Terug naar grammatica

Nederlandse woordvolgorde

Overzichtelijke schema’s voor hoofdzinnen, bijzinnen, inversie, vragen en zinnen met meerdere werkwoorden.

Hoofdzin

De persoonsvorm staat op de tweede plaats. Andere werkwoorden staan meestal achteraan.

Deze constructie wordt met de volgende woorden gebruikt

Schema
onderwerppersoonsvormmiddenstuk
VoorbeeldDe bibliotheek sluit om zes uur.
Schema
onderwerppersoonsvormmiddenstukoverige werkwoorden
VoorbeeldMijn buurman heeft de sleutel meegenomen.
Schema
onderwerppersoonsvormmiddenstukoverige werkwoorden
VoorbeeldWij willen volgend jaar een cursus volgen.

Het middenstuk van de zin

Een handige basisvolgorde voor bepalingen is tijd, manier, plaats. Korte voornaamwoorden en bepaalde voorwerpen staan meestal eerder; onbepaalde voorwerpen komen vaak na de tijd. Voor nadruk kan de volgorde veranderen.

Schema
onderwerppersoonsvormtijdmanierplaats
VoorbeeldDe trein rijdt in de spits langzaam door het centrum.
Schema
onderwerppersoonsvormvoorwerptijdoverige werkwoorden
VoorbeeldDe medewerker moet uw aanvraag vandaag beoordelen.
Schema
onderwerppersoonsvormtijdvoorwerpoverige werkwoorden
VoorbeeldWe gaan zaterdag een nieuwe kast monteren.

Inversie

Begint de zin niet met het onderwerp, dan komt na het eerste zinsdeel eerst de persoonsvorm en daarna het onderwerp.

Deze constructie wordt met de volgende woorden gebruikt

Schema
tijd / plaats / signaalwoordpersoonsvormonderwerpmiddenstuk
VoorbeeldNa de vergadering belt de manager de klant.
Schema
tijd / plaats / signaalwoordpersoonsvormonderwerpmiddenstuk
VoorbeeldIn Utrecht woont mijn zus vlak bij het station.
Schema
tijd / plaats / signaalwoordpersoonsvormonderwerpmiddenstukoverige werkwoorden
VoorbeeldDoor de storing kunnen de reizigers hun aansluiting missen.

Vragen en verzoeken

In een directe vraag staat de persoonsvorm vooraan of direct na het vraagwoord. Een indirecte vraag heeft de volgorde van een bijzin. Een verzoek kan de vorm van een vraag hebben; een opdracht begint met de gebiedende wijs.

Schema
persoonsvormonderwerpmiddenstukoverige werkwoorden
VoorbeeldHeb je de rekening betaald?
Schema
vraagwoordpersoonsvormonderwerpmiddenstuk
VoorbeeldWaarom begint de voorstelling zo laat?
Schema
persoonsvormonderwerpmiddenstukoverige werkwoorden
VoorbeeldKunt u mijn reservering wijzigen?
Schema
hoofdzinvraagwoordonderwerpmiddenstukpersoonsvorm
VoorbeeldWeet u hoe laat het museum op zondag opent?
Schema
hoofdzinvoegwoordonderwerpmiddenstukoverige werkwoorden
VoorbeeldDe docent vraagt of iedereen het formulier heeft ingevuld.
Schema
werkwoord in de gebiedende wijsmiddenstuklos deel
VoorbeeldNeem bij de ingang uw identiteitsbewijs mee.

Ontkenning met niet en geen

Geen staat vóór een onbepaald zelfstandig naamwoord. Niet ontkent een handeling, eigenschap of specifiek zinsdeel en staat meestal vóór wat wordt ontkend of vóór de werkwoordgroep aan het einde.

Schema
onderwerppersoonsvormgeen + zelfstandig naamwoord
VoorbeeldDeze woning heeft geen balkon.
Schema
onderwerppersoonsvormtijdnietoverige werkwoorden
VoorbeeldDe huisarts kan dinsdag niet langskomen.
Schema
onderwerppersoonsvormvoorwerpnietoverige werkwoorden
VoorbeeldWij hebben het pakket niet ontvangen.
Schema
tijd / plaats / signaalwoordpersoonsvormonderwerpnietplaats
VoorbeeldVanwege de verbouwing eten de bewoners niet in de kantine.

En, maar, want, dus

En, maar en want verbinden twee hoofdzinnen zonder inversie. Want houdt de hoofdzinvolgorde; omdat begint een bijzin met de werkwoorden achteraan. Na dus kan de gewone volgorde of inversie volgen.

Schema
hoofdzinhoofdzin
VoorbeeldSofia kookt vanavond en Amir doet de boodschappen.
Schema
hoofdzinhoofdzin
VoorbeeldDe kamer is klein, maar er valt veel daglicht binnen.
Schema
hoofdzinhoofdzin
VoorbeeldWe reserveren vooraf, want het restaurant is vaak vol.
Schema
hoofdzinbijzin
VoorbeeldIk blijf thuis, want ik ben ziek; ik blijf thuis, omdat ik ziek ben.
Schema
hoofdzinhoofdzin
VoorbeeldDe lift is kapot, dus we nemen de trap.

Bijzin

Na omdat, als, dat, hoewel en andere onderschikkende voegwoorden staat de persoonsvorm of de hele werkwoordgroep achteraan. Bij een hulpwerkwoord met een voltooid deelwoord zijn beide volgordes mogelijk: heeft gerepareerd en gerepareerd heeft.

Deze constructie wordt met de volgende woorden gebruikt

dat
Schema
voegwoordonderwerpmiddenstukpersoonsvorm
Voorbeeldals de bezorging langer duurt
Schema
voegwoordonderwerpmiddenstukoverige werkwoorden
Voorbeeldhoewel zij nog een uur wil blijven
Schema
voegwoordonderwerpmiddenstukoverige werkwoorden
Voorbeeldnadat we alle gegevens hadden gecontroleerd
Schema
voegwoordonderwerpvoorwerpoverige werkwoorden
Voorbeeldzodra de monteur de verwarming heeft gerepareerd
Schema
voegwoordonderwerpmiddenstukoverige werkwoorden
Voorbeeldvoordat de nieuwe bewoners aangekomen zijn

Hoofdzin en bijzin

Een bijzin kan achter of voor de hoofdzin staan. Na een bijzin vooraan begint de hoofdzin met inversie.

Schema
hoofdzinbijzin
VoorbeeldDe afspraak gaat niet door, omdat de arts afwezig is.
Schema
bijzinhoofdzin
VoorbeeldHoewel het hard regent, fietsen de kinderen naar school.
Schema
hoofdzinbijzin
VoorbeeldDe gids vertelt dat het kasteel volgende week weer opengaat.

Scheidbare werkwoorden

In een hoofdzin staat het losse deel achteraan. In een bijzin worden de delen weer één woord.

Schema
onderwerppersoonsvormmiddenstuklos deel
VoorbeeldMijn buurvrouw haalt haar medicijnen vanmiddag op.
Schema
tijd / plaats / signaalwoordpersoonsvormonderwerpmiddenstuklos deel
VoorbeeldNa de lunch ruimt de kok de keuken op.
Schema
voegwoordonderwerpmiddenstukpersoonsvorm
Voorbeeldterwijl de winkelmedewerker de dozen uitpakt

Te + infinitief

Los te volgt op een werkwoord of vaste constructie: proberen te. Om ... te drukt een doel uit: u doet A om B te bereiken. Bij een scheidbaar werkwoord staat te tussen beide delen: terug te bellen.

Deze constructie wordt met de volgende woorden gebruikt

Schema
onderwerppersoonsvormmiddenstukte + infinitief
VoorbeeldZij probeert haar abonnement online op te zeggen.
Schema
onderwerppersoonsvormmiddenstukte + infinitief
VoorbeeldWe sparen geld om volgend jaar te verhuizen.
Schema
onderwerppersoonsvormmiddenstukte + infinitief
VoorbeeldHij belooft zijn moeder vanavond terug te bellen.
Schema
onderwerppersoonsvormmiddenstukte + infinitief
VoorbeeldIk bel de verhuurder om het probleem uit te leggen.
Nederlandse woordvolgorde · Je EigenRoute