Je EigenRoute
InloggenRegistreren
← Terug naar grammatica

Voorzetsels en vaste combinaties

Een overzicht voor het kiezen van Nederlandse voorzetsels en combinaties die u samen met een werkwoord, bijvoeglijk naamwoord of zelfstandig naamwoord leert.

Plaats en positie

De keuze hangt niet alleen af van de vertaling, maar ook van de vraag of iets binnen, op een oppervlak, bij een persoon of aan de rand van iets anders is.

Regel of gebruikIn of opVoorzetsels en combinatiesin = binnen een ruimte/gebied | op = oppervlak, instelling of activiteitVoorbeeldDe kinderen zijn in het gebouw en hun ouders wachten op het schoolplein.
Regel of gebruikAan of bijVoorzetsels en combinatiesaan = tegen/rand/verbinding | bij = dichtbij of bij een persoon/organisatieVoorbeeldDe lamp hangt aan de muur en de monteur staat bij de deur.
Regel of gebruikPositie ten opzichte van ietsVoorzetsels en combinatiesvoor, achter, naast, tussen, tegenoverVoorbeeldDe apotheek ligt tegenover het station, tussen de bank en de bakkerij.
Regel of gebruikBoven en onderVoorzetsels en combinatiesboven, onder, overVoorbeeldBoven de balie hangt een bord en onder het bord staat de prijslijst.
Regel of gebruikRondom, binnen en buitenVoorzetsels en combinatiesrond, rondom, binnen, buitenVoorbeeldRond het gebouw staan fietsen, maar binnen de poort mag niemand parkeren.

Tijd en duur

Exacte tijden, data, periodes, beginpunten en tijdsduren vragen verschillende voorzetsels. Let vooral op sinds met een beginpunt en al met een tijdsduur.

Regel of gebruikExact tijdstipVoorzetsels en combinatiesom + exact tijdstipVoorbeeldDe informatieavond begint om half acht.
Regel of gebruikDag of datumVoorzetsels en combinatiesop + dag of datumVoorbeeldHet loket is op maandag en op 12 mei gesloten.
Regel of gebruikMaand, jaar of periodeVoorzetsels en combinatiesin + maand, jaar, seizoen of deel van de dagVoorbeeldDe werkzaamheden starten in september en eindigen in het voorjaar.
Regel of gebruikTijdsintervalVoorzetsels en combinatiesvan ... tot ... | vanaf ... tot en met ...VoorbeeldDe cursus loopt van maart tot juni. Het kantoor is vanaf dinsdag tot en met vrijdag open.
Regel of gebruikBeginpunt of tijdsduurVoorzetsels en combinatiessinds + beginpunt | al + tijdsduurVoorbeeldZij werkt sinds 2022 bij de gemeente en woont al vijf jaar in Gouda.
Regel of gebruikTermijn in de toekomstVoorzetsels en combinatiesover = na deze periode | binnen = uiterlijk vóór het einde ervanVoorbeeldIk bel u over twee dagen en stuur het formulier binnen een week op.
Regel of gebruikTijdens een gebeurtenisVoorzetsels en combinatiestijdens/gedurende + gebeurtenis of periodeVoorbeeldTijdens de verbouwing blijft de ingang aan de achterzijde open.

Richting en beweging

Het voorzetsel markeert een bestemming, herkomst, beweging naar binnen of op een oppervlak, de route en het eindpunt van de beweging.

Regel of gebruikNaar een bestemmingVoorzetsels en combinatiesnaar + bestemming | tot (aan) + eindpuntVoorbeeldWe fietsen naar het centrum en lopen daarna tot aan de markt.
Regel of gebruikNaar binnen of op een oppervlakVoorzetsels en combinatiesin/op bij beweging naar binnen of naar een oppervlakVoorbeeldZet de dozen in de kast en leg de sleutels op de tafel.
Regel of gebruikHerkomstVoorzetsels en combinatiesuit = van binnen naar buiten | van = herkomst of vertrekpuntVoorbeeldDe trein komt uit België en vertrekt van spoor zes.
Regel of gebruikLangs een routeVoorzetsels en combinatiesdoor, langs, over, omVoorbeeldDe bus rijdt door de tunnel, langs het museum en over de brug.
Regel of gebruikErnaartoe of ervandaanVoorzetsels en combinatiesnaar ... toe | van ... afVoorbeeldDe bezoeker loopt naar de uitgang toe en blijft van het hek af.

Werkwoord + voorzetsel

In veel combinaties hoort het voorzetsel vast bij het werkwoord en kiest u het niet via een directe vertaling. Leer de combinatie als één uitdrukking.

Regel of gebruikMet opVoorzetsels en combinatieswachten op, reageren op, letten op, vertrouwen opVoorbeeldWij wachten op uw reactie en vertrouwen op een snelle oplossing.
Regel of gebruikMet aanVoorzetsels en combinatiesdenken aan, deelnemen aan, wennen aan, werken aanVoorbeeldVeel bewoners nemen deel aan het overleg en werken aan een nieuw plan.
Regel of gebruikMet voorVoorzetsels en combinatieszorgen voor, kiezen voor, betalen voor, waarschuwen voorVoorbeeldDe organisatie kiest voor ledlampen en waarschuwt voor tijdelijke hinder.
Regel of gebruikMet vanVoorzetsels en combinatiesafhangen van, herstellen van, genieten van, last hebben vanVoorbeeldDe planning hangt af van het weer en sommige buren hebben last van lawaai.
Regel of gebruikOver of metVoorzetsels en combinatiespraten/schrijven over | overleggen/spreken metVoorbeeldIk schrijf over het probleem en overleg morgen met de beheerder.
Regel of gebruikMet naarVoorzetsels en combinatiesvragen naar, zoeken naar, verlangen naar, solliciteren naarVoorbeeldZij informeert naar de voorwaarden en solliciteert naar de functie.

Bijvoeglijk of zelfstandig naamwoord + voorzetsel

Ook bijvoeglijke en zelfstandige naamwoorden vormen vaste combinaties. Een ander voorzetsel maakt de combinatie vaak niet-standaard of verandert de betekenis.

Regel of gebruikOp of voorVoorzetsels en combinatiestrots op, boos op | bang voor, verantwoordelijk voor, geschikt voorVoorbeeldHij is trots op het resultaat en verantwoordelijk voor de uitvoering.
Regel of gebruikMet of overVoorzetsels en combinatiestevreden met, bekend met | verbaasd over, bezorgd overVoorbeeldDe klant is tevreden met de service, maar bezorgd over de levertijd.
Regel of gebruikAan, van of naarVoorzetsels en combinatiesgewend aan | afhankelijk van | benieuwd naarVoorbeeldIk ben gewend aan vroeg opstaan en benieuwd naar uw advies.
Regel of gebruikZelfstandige naamwoorden met aan of opVoorzetsels en combinatiesbehoefte aan, bijdrage aan | invloed op, reactie opVoorbeeldEr is behoefte aan opvang en het voorstel heeft invloed op de kosten.
Regel of gebruikZelfstandige naamwoorden met voor, tussen of metVoorzetsels en combinatiesreden voor, verschil tussen, contact metVoorbeeldDe reden voor het gesprek is een verschil tussen twee afspraken.

Vaste uitdrukkingen

Deze uitdrukkingen komen vaak voor in brieven, mededelingen en formele communicatie. U kunt ze het best als complete taalblokken gebruiken.

Regel of gebruikVervoermiddelVoorzetsels en combinatiesmet de trein/auto | op de fiets | te voetVoorbeeldIk kom met de trein, maar mijn collega gaat te voet naar huis.
Regel of gebruikCommunicatiemiddelVoorzetsels en combinatiesper e-mail/post | via de website/telefoonVoorbeeldU ontvangt de bevestiging per e-mail en kunt via de website reageren.
Regel of gebruikTijd en afspraakVoorzetsels en combinatiesop tijd, op afspraak, aan de beurt, in overlegVoorbeeldKom op tijd; bezoekers zonder afspraak zijn later aan de beurt.
Regel of gebruikOorzaak, tegenstelling en bronVoorzetsels en combinatiesvanwege, dankzij, ondanks, volgensVoorbeeldVolgens de gemeente blijft het park ondanks de werkzaamheden bereikbaar.
Regel of gebruikMeerwoordige voorzetselsVoorzetsels en combinatiesin plaats van, met betrekking tot, ten opzichte vanVoorbeeldMet betrekking tot de huur kiezen wij voor overleg in plaats van een klacht.
Voorzetsels en vaste combinaties · Je EigenRoute